2.4.6. Het spook van de islam
U beweert dat ik "het dreigende spook" van de islam oproep,
dat "uit is op wereldheerschappij", en dat ik dit bovendien
doe "om de Belgische moslim-bevolking verdacht te maken",
hetgeen mijn "beproefde taktiek" zou zijn. U begrijpt
er blijkbaar werkelijk niets van, of U schrijft mij op
onduidelijke gronden allerlei standpunten toe die het
U argumentatief gemakkelijk zouden maken. Ik kan het maar
best zelf eens uitleggen.
Dat de islam uit is op wereldheerschappij, is inderdaad
mijn verklaarde standpunt, en ook dat van de Koran, de
Hadith, en van talloze islamitische theologen en politieke
leiders doorheen alle veertien eeuwen van de islamgeschiedenis.
Het wordt ontkend door onze wensdenkende multikulturalisten,
die de ongelooflijke pretentie koesteren dat zij het over
de islam eens beter zullen gaan weten dan de gezaghebbende
bronnen van de islam zelf.
Daaruit volgt niet dat de islam een "dreigend spook" is.
De islam is geen "spook" en ook niet "des duivels", maar
is een bijzonder ongelukkige cocktail van enerzijds traditionele
rituele voorschriften en waarden (die wat verouderd kunnen
zijn maar zeker niet absoluut verwerpelijk, en die de
islam in de ogen van zijn volgelingen en anderen respektabel
maken) en anderzijds uiterst onspirituele menselijke drijfveren,
in voorbeeldige praktijk gebracht door een zekere Mohammed:
zelfverheerlijking, enggeestigheid, haat, eigengerechtigheid,
heerszucht. Deze kombinatie is een suksesformule gebleken,
die een massa goedaardige mensen weet te binden aan en
te motiveren voor het heerszuchtige en onverdraagzame
projekt van Mohammed.
De islam is geen boeman die gekreëerd is door Westerse
belangengroepen, evenmin als de zeer reële dreiging van
het kommunisme dat was. Wie trouwens de beleidsdaden van
de Westerse regeringen en de tendenzen in de Westerse
media bekijkt, ziet geen spoor van een poging om de islam
tot boeman te promoten. Als er al van partijdigheid sprake
kan zijn, dan is het ten gunste van de moslims. Zo staan
de schijnwerpers van de media èn van de VN op Bosnië gericht,
niet op Soedan, en daarbij worden de onbeschroomd integristische
plannen van Izetbegovic zorgvuldig buiten beeld gehouden
of zelfs ontkend. Aangaande het Indisch subkontinent zitten
de Angelsaksische persagentschappen, die de hele informatiestroom
kontroleren, al decennia lang op dezelfde golflengte als
de Britse en Amerikaanse overheden: voluit pro-moslim
en anti-hindoe, pro-Pakistan en anti-India. Wie het van
dichtbij meegemaakt heeft, weet bv. dat de internationale
beeldvorming rond het Ayodhya-konflikt op het karikaturale
af in pro-moslim zin verdraaid was.
In het nieuws over het Midden-Oosten is er volstrekt geen
aandacht voor de vervolgingen van de kristenen, de jezidi's,
de bahai's e.a. Zelfs de Palestijnse kwestie heeft, zelfs
in joods-gedomineerde media, nooit tot kritiek op de islam
als zodanig aanleiding gegeven. Het American-Israeli
Political Affairs Committee in Washington (de veelgenoemde
"joodse lobby") heeft expliciet als politiek om de islam
als doktrine of de moslims als gemeenschap nooit aan te
vallen; wil men landen als Egypte en Saoedi-Arabië niet
tegen zich in het harnas jagen, dan is dat ook volkomen
logisch. Dr. Daniel Pipes, in de VS de bekendste kritikus
van de hedendaagse militante islam, heeft mij persoonlijk
gezegd dat hij nooit de islam zelf in vraag stelt, alleen
het "fundamentalisme"; hij vindt dat doeltreffender, ik
vind dat oppervlakkig. De VS steunen integristen allerhande,
in Afghanistan en Kasjmir, Koeweit en Saoedi-Arabië, en
bereiden zich voor op zakendoen met een FIS-regering in
Algerije. Kortom: er is absoluut geen machtige promotor
aanwezig om kunstmatig een niet-bestaande dreiging van
de islam te propageren. Wie de islam als een dreiging
wil afschilderen, zal het op eigen kosten moeten doen.
Maar het is niet omdat de Westerse overheden en intelligentsia
niet in een dreiging vanwege de islam geloven, en ook
niet van enig verlangen blijk geven om het geloof in zo'n
dreiging te propageren, dat die dreiging niet zou bestaan.
Verderop zullen we op de internationale dimensie ingaan,
nu eerst op de perspektieven voor België.
2.4.7. De Belgische islamitische republiek
Hoewel ik mijzelf niet wijsmaak dat het integrisme afwezig
is onder de Belgische moslimbevolking (of er alleen maar
van buitenaf in "geïnfiltreerd" is, zoals pater Leman
aan de Gazet van Antwerpen verklaarde), verdenk
ik er in principe geen enkele Belgische moslim van, konkrete
plannen voor de onderdrukking van de niet-moslims te beramen.
Noch de brave sloebers die uit de Berberse bergdorpen,
met wat sympathiek primitief bijgeloof (maraboutisme e.d.)
als voornaamste ideologische bagage, naar hier gekomen
zijn met geen ander doel dan hun brood te verdienen; noch
de simpele zielen die zich hebben laten bekeren om te
kunnen koketteren met het fabelachtige soefisme of om
de hand van een mediterrane schone; noch zelfs de integristen.
Hoewel U het gemeen bedoelt, hebt U eigenlijk gelijk wanneer
U mij enige sympathie voor de integristen toeschrijft.
Zoals ook de DM-redakteur onbedoeld gelijk had met zijn
duistere insinuaties over "het dubbelleven van Koen Elst".
Inderdaad, ik ben zeer kritisch tegenover de islam, maar
anderzijds kan ik best opschieten met moslims. Anders
dan vele villa-bewonende ondertekenaars van Uw manifest
ga ik regelmatig om met immigranten, en ook in Pakistan
wist ik me best wel aan de moslim-omgeving aan te passen.
Ik weet dan ook uit ervaring dat de integristen doorgaans
gewoon mensen zijn die uit kollektief zelfrespekt de religie
die ze van huis uit meegekregen hebben, willen hooghouden
en ernstig nemen: een volkomen respektabel streven, dat
zij gemeen hebben met de postkoloniale generaties in de
hindoe, indiaanse en bepaalde Afrikaanse kultuurgebieden.
Daar waar de "gematigde moslims" een kompromis maken tussen
enerzijds de islam en anderzijds vóór-islamitische en
moderne kultuurelementen, willen zij de volledige konsekwentie
trekken uit hun moslim-identiteit. Dat is alvast eerlijker
dan de salonmoslims die modieuze waarden (bv. verdraagzaamheid
jegens Rushdie) vlug-vlug het etiket "islamitisch" opplakken
om althans naar hun eigen aanvoelen zowel met de moderne
als met de moslimwereld goed te staan.
Het probleem met de integristen, en met onze moslimbevolking
in het algemeen, is natuurlijk niet dat het om kongenitale
barbaren zou gaan. Het gaat om doorgaans goede mensen,
van wie echter op basis van historische ervaring perfekt
voorspelbaar is dat zij in welbepaalde omstandigheden,
waarvan op basis van bestaande trends ook weer te voorzien
is dat zij tot stand zullen komen, onze vijand zullen
worden. Wat daar, bij afwezigheid van een vooruitziend
en doortastend beleid, noodwendig toe zal leiden, wat
noodwendig goede mensen tot haatdragende vijanden van
andere goede mensen zal maken, is de inhoud van de religie
waaraan zij uit sentiment of traditietrots (niet uit weloverwogen
ideologische keuze) gehecht zijn. Want de islam predikt
haat en onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden; en
zelfs als we deze emotionele geladenheid van de afwijzing
van de Ander wegdenken, predikt de islam alleszins de
institutionele ongelijkheid van de moslims (die de politieke
macht moeten grijpen) en de niet-moslims (die als derderangsburgers
hoogstens gedoogd zullen worden).
Velen weigeren dit te zien omdat zij misleid zijn door
de pluralistisch-gezinde verklaringen van moslim-zegslieden
in ons midden. Zij schijnen Mao's richtlijn voor de oorlog
vergeten te zijn: "aanvallen waar de vijand zwak is, terugtrekken
waar de vijand sterk is". Bij de huidige krachtsverhoudingen
is een islamitische machtsovername in het geheel niet
aan de orde; alleen een zeer slecht strateeg zou nu een
kontraproduktieve poging daartoe op de agenda plaatsen.
Volg dan liever het voorbeeld van Mohammed, die eerst
van het heidense pluralisme gebruik maakte om zijn nieuwe
doktrine te propageren, maar toen hij sterk genoeg stond
dit pluralisme vernietigde. In dit stadium is het zaak,
van het heersende pluralisme maximaal gebruik te maken
om institutioneel voet aan de grond te krijgen; wanneer
dan later de geboortecijfers en de immigratie uit de (demografisch
verder exploderende) moslimlanden de numerieke verhoudingen
gewijzigd hebben, kunnen ambitieuzer plannen ontvouwd
worden.
Want let wel: de moslim-bevolking stijgt in hoog tempo.
Uit kringen rond pater Leman verneem ik dat er jaarlijks
4500 huwelijkspartners van moslim-migranten in ons land
nieuw immigreren (voor Nederland noemt De Groene Amsterdammer
8000 legale moslim-immigranten door huwelijk per jaar);
dat er jaarlijks een 1000 Belgen zich tot de islam bekeren;
en dat in weerwil van de hoopvolle beweringen van sommige
onderzoekers en journalisten, het geboortecijfer bij moslims
nog steeds veel hoger is dan bij anderen. In Libanon was
er maar één generatie nodig om een duidelijke kristelijke
meerderheid in een duidelijke moslim-meerderheid te veranderen.
Daarbij komt dat de migratiedruk vanuit Noord-Afrika de
komende decennia enorm zal toenemen. Het veelgehoorde
argument dat het maar om een kleine minderheid gaat, is
dus zeer vergankelijk. In Maleisië was een moslimpercentage
van 51% genoeg om de islamitische republiek uit te roepen;
in India was 23% in 1947 genoeg om het uitkerven van een
islamitische staat af te dwingen (kostprijs: 600.000 doden
en meer dan 10 miljoen vluchtelingen, plus decennia lang
zeer hoge defensiebudgetten), en is vandaag 12% genoeg
om voor voortdurende spanningen en frekwente rellen te
zorgen. Het is zeer wel mogelijk dat er in 2020 in België
12% en in Brussel 51% moslims zullen zijn.
Voor een moslim-dreiging zijn er echter twee dingen nodig:
een kwantitatief voldoende sterke aanwezigheid (en die
lijkt wel onafwendbaar), en de intensiteit van de islamitische
overtuiging. Het VB denkt op het eerste te kunnen ingrijpen,
maar afgezien van ethische bezwaren is er een praktisch
hindernis: tegen de tijd dat het voor dat terugkeerbeleid
een meerderheid vindt, is het al te laat. Het is op het
tweede punt dat we iets kunnen doen: de moslims de-islamizeren.
Er zijn zelfs mensen die geloven dat de blootstelling
van moslims aan de Europese kultuur een emancipatie- en
Verlichtingsbeweging binnen de moslimgemeenschap zal op
gang brengen, die ook hun thuislanden zal aansteken.
Professor Etienne Vermeersch verklaarde op het door U
geboycotte islamdebat dat hij het door hemzelf doorgemaakte
proces van geloofsafval niet direkt op grote schaal een
haalbare kaart achtte, en dat we het in afwachting zullen
moeten doen met een hervormde islam, te vergelijken met
de softe tandeloze kristelijke theologie van Schillebeeckx
c.s. Daar de islam een veel smallere basis heeft dan het
kristendom (waar je neoplatoonse invloeden tegen oudtestamentische
kan uitspelen enz.), met veel eenduidiger bepalingen in
theologische en juridische kwesties, lijkt het me in principe
al veel moeilijker om de islam dezelfde evolutie te laten
doormaken: veel sneller dan in het kristendom komt de
hervormer van de islam op een punt waar hij onmiskenbaar
buiten de grenzen van zijn religie staat en door zijn
kollega's teruggefloten wordt.
Bovendien is een humanistische islam zo tegengesteld aan
de werkelijke islam, dat hij intrinsiek labiel moet zijn:
als islamleraars hun eigen propaganda gaan geloven en
aan hun leerlingen "een religie van verdraagzaamheid en
broederschap met alle mensen" gaan aanleren, dan gaan
die leerlingen natuurlijk de tegenstelling met de leer
en het voorbeeld van Mohammed opmerken. Mohammed erkende
niet één maar twee mensheden, de gelovigen en de ongelovigen,
en verordende de onverdraagzaamheid en de vijandschap
totdat de ongelovige helft ophoudt te bestaan. Men kan
de gemiddelde mens een tijdlang met kontradikties doen
leven, maar men kan niet iedereen voor onbeperkte tijd
tegelijk de verdraagzaamheid èn Mohammeds profeetschap
doen belijden. Een in verdraagzame zin hervormde islam
is dus wellicht de meest realistische optie, maar dit
kan nooit meer dan een overgangsfase zijn, ofwel terug
naar de onverkorte anti-humanistische islam, ofwel naar
de verdwijning van de islam.
In ieder geval zal de hervorming in de islam er niet komen
zolang de islam tegen kritiek afgeschermd wordt. In diskussies
met het VB krijg ik altijd ongeveer deze tegenwerping:
"Hoe ga je, in de race tegen de tijd die ons opgedrongen
wordt door de demografische opmars van de islam in ons
land, tijdig de islam langs intellektuele weg onschadelijk
maken? Mocht zoiets al kunnen, dan zou het nog te laat
resultaat hebben, en in ieder geval wordt er nu op de
islam helemaal geen intellektuele druk uitgeoefend die
hem tot zelfkritiek en zelfhervorming zou kunnen brengen.
De enige betrouwbare strategie is bijgevolg, de islam
hier fysisch te verwijderen d.m.v. het terugkeerbeleid."
Het zijn degenen die islamkritiek proberen te sanktioneren,
degenen die organizatoren opbellen om hen tegen mij te
waarschuwen als ze mijn naam op de affiche zien staan,
degenen die schuimbekkende brieven naar Trends schrijven
om mijn artikels over de islam in een kwaad daglicht te
stellen, die bezig zijn het VB gelijk te geven.
De Bosnische president Izetbegovic, in onze pers regelmatig
geprezen als een modern pluralistisch Euro-moslim, schrijft
in zijn Islamitische Verklaring, geheel in overeenstemming
met de politieke leer van de islam: "Er kan geen vrede
of koëxistentie bestaan tussen het islamitisch geloof
en niet-islamitische maatschappelijke en politieke instellingen.
De islamitische beweging moet en kan de macht grijpen
zodra ze moreel en numeriek sterk genoeg is, niet alleen
om de niet-islamitische macht te vernietigen, maar om
een nieuwe islamitische macht op te bouwen." Zodra de
islam er numeriek sterk genoeg voor is, komt onvermijdelijk
de instelling van een islamitische staat op het programma.
Tegen dat het zover is, kan de islam al geïmplodeerd zijn,
bv. door zijn bewezen onvermogen om in zijn kerngebieden
de sociaal-ekonomische doorbraak te verwezenlijken waarin
socialisme en Arabisch nationalisme gefaald hebben. Maar
zeker is dat niet, en een volwassen veiligheidsbeleid
moet ook met andere dan de meest optmistische scenario's
rekening houden. Laten we ons dus eens de reële mogelijkheid
indenken dat onze moslimbevolking op zekere dag om de
islamizering van de instellingen begint te roepen.
Er is dan niet veel meer nodig voor een konflikt dat ik
mijn kinderen liever bespaar. Eens de eskalatie begint
zullen ook de twijfelende brave mensen gauw genoeg weten
of ze in het "moslim" danwel in het "ongelovige" vakje
thuishoren. We hebben het in Joegoslavië gezien: een paar
welgemikte kogels, en in een oogwenk is elke Joegoslaaf
weer Serviër, Kroaat of Moslim, bereid om de niet-stamgenoten
van hiernaast om te brengen vóór zij de kans krijgen om
met ons hetzelfde te doen. Het typische verhaal van de
hindoe-vluchtelingen uit Kasjmir is dat die moslim-buurman
met wie ze zoveel jaren multikultureel hadden samengewoond,
begin 1990 hun vader uitnodigde voor een spelletje schaak,
om hem dan na een hartelijke begroeting dood te schieten.
Er is niet veel nodig om brave mensen tot bloeddorstige
krijgers te transformeren, en een ideologie van de haat
kan dit verschijnsel op grote schaal reproduceren.
Het ontbranden van haat kan natuurlijk tussen elke twee
groepen gebeuren (Rwanda, Sri Lanka, Angola enz.), maar
een door God zelf verordende doktrine van onverdraagzaamheid,
Heilige Oorlog en martelaarschap zal de zaak zeker verergeren.
Wat elders een menselijke onvolmaaktheid is, een kwaad
dat men niet altijd kan verhinderen maar waarvan men geleerd
heeft dat het een kwaad is, wordt in de islam tot een
religieuze plicht verheven. Wat elders een vergankelijke
opflakkering van agressie is, wordt in de islam theologisch
verduurzaamd.
Er is ook een andere mogelijkheid. Er hoeft helemaal geen
konflikt te komen, nl. als we de islam gewoon zijn zin
geven. Zou het nu zo erg zijn, in een moslim-land te wonen?
Bovendien heeft ook de islam niet het eeuwige leven: kan
er in een islamitische staat geen revolutie van binnenuit
komen? Ikzelf ben ervan overtuigd dat de islam geen lang
leven beschoren is, en dat hij ook in zijn kernlanden
zal verdwijnen. Het duizendjarige Sovjet-rijk is ter ziele
gegaan, en zelfs een zegevierend Nazi-Duitsland zou inmiddels
door binnenlandse oppositie ook allang onherkenbaar hervormd
en gehernormalizeerd zijn. Maar is dat reden genoeg om
het te laten gebeuren? De Sovjet-Unie heeft maar 74 jaar
bestaan, een oogwenk in de geschiedenis, maar wel een
heel mensenleven, een verwoest leven voor tientallen miljoenen
individuen van verschillende generaties, tientallen miljoenen
dodelijke slachtoffers, met een sociaal-ekonomische en
ekologische nasleep die nog decennia lang problemen zal
scheppen. Een Belgische islamitische republiek is het
einde van de wereld niet; maar laat degenen die daarvoor
het pad effenen, het tenminste duidelijk zeggen.
De enige manier om dit scenario te voorkomen, behoudens
het nauwelijks haalbare en nog minder wenselijke terugkeerbeleid,
is de islam van binnenuit doen verzwakken, tandeloos doen
worden zoals het kristendom, een traditionele huls met
een steeds moderner en steeds minder islamitische inhoud,
die vervolgens door een gede-islamizeerde moslimbevolking
achteloos weggeworpen zal worden. Dit zou vanzelf kunnen
gebeuren, door faktoren die we niet voorzien en die bv.
met de komende heidens-Oost-Aziatische dominantie kunnen
te maken hebben; maar mij lijkt het veiliger en eervoller,
daar zelf het nodige toe bij te dragen.
2.3.8. De islam bestaat
Eén van de door PR-mensen van de islam veelgebruikte verstrooiingstaktieken
om kritiek op de islam te hinderen, is de bewering dat
"de islam niet bestaat". Ter staving van die bewering
trapt U een aantal open deuren in, bv. dat de islam geen
Kerk is, niet hiërarchisch gestruktureerd is, verschillende
rechtsscholen en sekten kent, enz., met daarbij de weinig
flatterende vraag "of KE dit zelfs niet weet". Terloops
geeft U daarbij een typisch staaltje ten beste van de
grootscheepse rationalizering van de rauwe ontstaansgeschiedenis
van de islam: de splitsing in sekten zou gebeurd zijn
ten gevolge van een "al te grote kulturele diversiteit".
Dat klopt niet met de historiek van die splitsingen: het
waren mensen met dezelfde kulturele achtergrond die zich
afscheurden om louter doktrinale en materiële (charidjieten)
resp. om dynastieke redenen (sjiïeten). De pluraliteit
in de schoot van de islam is door de overmacht van de
gebeurtenissen tot stand gekomen, en is zeker niet het
gevolg van een pluralistische filosofie.
Maar goed, de islam is niet monolithisch. Uw eigen voorbeeld
dat "er opvallende verschillen bestaan tussen de moslimgemeenschappen
in de verschillende landen" levert een goede illustratie
van hoe we die interne verschillen binnen de wereld-islam
moeten begrijpen. Elk van die landen heeft een andere
voor-islamitische traditie, en staat aan andere buiten-islamitische
invloeden bloot. Wat wij de Turkse islam noemen, is de
resultante van de interaktie tussen de islam, die overal
hetzelfde is, en de niet-islamitische elementen die typisch
Turks zijn. De Maleise islam verschilt daarvan door de
typisch Maleise niet-islamitische elementen, maar de islam-komponent
is in de Turkse en de Maleise islam precies dezelfde.
De diversiteit in de moslimwereld bestaat dus niet door
maar ondanks de islam. De islam zit nu eenmaal met de
menselijke beperking dat hij tijd nodig heeft om niet-islamitische
attitudes en kultuurelementen uit te roeien; vandaar dat
de Maleise en Indonesische moslims nog steeds de hindoe
Ramayana tot hun eigen kultuur rekenen -- althans tot
voor kort, want de Maleise regering en islamistische propagandateams
doen hun best om de opvoeringen van de Ramayana in moslim-gemeenschappen
uit te roeien. En zo wordt de islamwereld steeds uniformer:
de niet-islamitische elementen worden bij elke opflakkering
van islamistisch enthoesiasme weer wat verder uitgeroeid.
Even een zijsprong naar het land dat vaak genoemd wordt
als tegenvoorbeeld tegen het fanatisme van de islam: Indonesië.
De moslim-meerderheid valt er uiteen in twee groepen:
de santri of echte moslims, en de abangan, de oppervlakkige
moslims die allerlei animistische of hindoe-boeddhistische
gebruiken in ere houden. De stichters en leiders van Indonesië
behoren tot de abangan en zijn gevormd in de sekuliere
kontekst van de Nederlandse of Japanse legers en administraties.
Het gelukkige gevolg is dat Indonesië geen islamitische
staat geworden is, niet door een pluralistische trek in
de islam dus, maar door de zwakheid van de islam ook onder
nominale moslims. Een sekuliere staat is het echter ook
niet: het monotheïsme is er verplicht, zelfs als een Boeddha
of Ganesja voor zijn volgelingen eigenlijk een heel ander
statuut heeft dan Allah voor de moslims. Atheïsme is er
echter verboden, en onze pro-moslim vrijzinnigen knopen
dit best goed in hun oren. Het waren vooral moslim-milities
die in de jaren '60, onder het motto "dood aan de atheïsten",
de massamoord op de vermeende kommunisten uitvoerden.
Deze moordpartij trof vooral de Chinezen, meestal liberaal-gezinde
handelaars, maar evengoed "ongelovigen". Dat de verplichting
tot monotheïsme geen lacheding is, drong toen ook tot
de animistische bevolking door, die bij gebrek aan een
monotheïstisch uitziende kultus vaak nominaal tot de islam
of, waar deze dominant zijn, tot de andere erkende religies
overgingen, om vooral niet als "atheïst" afgemaakt te
worden.
De reaktie van de echte moslims is intussen konform aan
het internationale patroon: in hun hartland Aceh is er
een afscheidingsbeweging tegen de niet-islamitische staat,
en in het hele land is er een zware sociale druk op de
niet-moslims. De overheid heeft moslim-settelaars ook
de vrije hand gegeven om West-Papoea en Oost-Timor met
alle middelen te islamizeren om er elke eventuele religieuze
aanleiding tot separatisme te smoren. In Indonesië is
er dus een soort evenwicht tussen islamitische en andere
krachten, maar spijts dit wat kompleksere totaalbeeld
zijn ook daar de typische tendenzen uit de moslimwereld
te herkennen.
Terug dan naar de andere moslimlanden. Hoe komt het dat
een vergelijking van de wetboeken van landen met meer
dan 50% moslims, bv. tussen de aanvankelijk bij de dekolonizering
(of zelfstandige aanname van een moderne bestuursvorm)
opgestelde wetten, die van twintig jaar later, en die
van vandaag, zonder uitzondering een toename van het islamitische
element te zien geven, en een verergering of gedurfder
explicitatie van de diskriminatie van de niet-moslims?
Zit hier een islamitisch wereldkomplot achter? Er zijn
natuurlijk internationale organizaties die, ondermeer
door de kontrole over fabelachtige fondsen, de islamizering
van zowel de volkskultuur als de instellingen aanzienlijk
stimuleren. Maar dat is niet de belangrijkste reden; we
zullen even voortgaan op Uw opmerking dat de islam "geen
internationale klerus heeft" e.d. Dat is niet in principe
zo, want het kalifaat (door de anti-islamitische modernist
Atatürk afgeschaft) is bedoeld als unitaire regering van
de hele moslim-gemeenschap, maar in de praktijk is er
inderdaad geen centraal bestuur. Toch stellen wij vast
dat de hele islamwereld in dezelfde richting beweegt.
De verklaring is eenvoudig: alle sekten en rechtsscholen
zijn het er bij alle diversiteit helemaal over eens dat
niet-moslims hoogstens als ondergeschikten mogen gedoogd
worden. Sommigen zijn daarin radikaler dan anderen, maar
allen zijn het erover eens dat het gedogen van niet-moslims
een gunst is, waarop dezen geen recht kunnen laten gelden:
zij leven slechts bij de gratie van een welwillende islamitische
overheid, die zij dan ook door nederigheid en gehoorzaamheid
in goede stemming moeten houden. De enorme dreun die de
recente Westerse dominantie aan het zelfvertrouwen van
de islam bezorgd heeft, samen met de gewijzigde moderne
omstandigheden, weerhoudt de meeste islamitische landen
ervan, de middeleeuwse dhimma (eenzijdig gedoogcharter
vanwege het kalifaat dat de niet-moslims "bescherming"
beloofde, nl. tegen de tegen hen opgehitste moslim-bevolking,
in ruil voor de aanvaarding van allerlei uitingen van
ondergeschiktheid en een hoge gedoogbelasting) integraal
weder in te voeren. Maar de geest van de dhimmi-regeling
is alom en steeds sterker aanwezig in de bejegening van
de minderheden in alle moslim-landen, doodeenvoudig omdat
de moslims overal in dezelfde Koran en dezelfde Tradities
van de Profeet geïndoktrineerd worden, die de religieuze
grondslag voor de onderdrukking van de niet-moslims leveren.
De relatie tussen de schriftuurlijke basis van de islam
en de feitelijke gang van zaken in de moslimwereld, is
als die tussen een magnetisch veld en ijzervijlsel. Waar
het vijlsel licht is (weinig traagheid stelt tegenover
de impuls van het veld om zich naar de veldlijnen te richten)
en het magnetisch veld sterk, daar zal een mooi veldlijnenpatroon
zichtbaar worden. Waar het vijlsel zwaar is en dus meer
traagheidsweerstand biedt, of waar een oneffen oppervlak
de beweging van het vijlsel hindert, of waar het veld
zwak is, daar zal het vijlsel in geringere mate het patroon
van de veldlijnen aannemen. Er is maar één magnetisme,
maar het resulterend ijzervijlselpatroon is verschillend,
afhankelijk van de relatieve sterkte van het magnetisme.
Zo zijn er enkele Westafrikaanse landen in de Franse neokoloniale
invloedssfeer waar het overwicht van het Franse model
(de traagheid van het vijlsel) nog erg sterk is, en daar
zal nog meer islamitisch élan (de magnetische veldsterkte)
nodig zijn om het islamitische model op te leggen. Maar
eens het élan sterk genoeg is, kan zelfs zware materie
zich naar het islamitisch veldlijnenpatroon richten: Iran
had in 1979 al een stevige traditie van toepassing van
kultureel-politieke Westerse modellen, maar het islamitisch
élan slaagde er gezwind in om de samenleving volgens het
islamitisch model te reorganizeren. In Maleisië was het
magnetisch veld van de islam, de islamitische indoktrinatie,
eeuwenlang erg zwak, en de weerstand vanwege traditionele
vóór-islamitische instellingen erg sterk; gedurende deze
eeuw heeft de tabligh-beweging (propaganda
onder nominale moslims voor een meer islamitische levenswijze)
de veldsterkte van het islamitisch bewustzijn zodanig
opgevoerd, dat het typische veldlijnenpatroon er snel
zichtbaarder geworden is: islamitische republiek met islamitische
symbolen, wettelijke diskriminaties tegen de niet-moslims,
restrikties op vóór-islamitische en niet-islamitische
kultuuruitingen (van de Ramayana tot Schindler's List),
wettelijk verbod op bekering van moslims tot een andere
religie, steun aan islamitische belangen in andere landen.
Het centraal bestuur dat de toestanden in de verschillende
moslim-landen steeds meer naar éénzelfde patroon doet
konvergeren, is niet zozeer een komplot ergens in een
achterkamertje, maar is een faktor die voor iedereen zichtbaar
is: de Koran en de bijkomende bronnen van het islamitisch
geloof.
Op het punt dat ons als niet-moslims het meest aangaat,
de onverdraagzaamheid van de islam jegens de ongelovigen,
stellen we helemaal geen diversiteit vast: elke sekte
en elke rechtsschool leert dat de islam zodra hij er sterk
genoeg voor is, de staatsmacht moet grijpen en in islamitische
zin hervormen, en dat de niet-moslims dan nog hoogstens
als derderangsburgers gedoogd mogen worden. En elk moslim-land
past dat principe ook toe, zij het in verschillende mate,
nl. proportioneel met de plaatselijke intensiteit van
de islamizering, proportioneel met de uitwissing van niet-islamitische
kultuurelementen. Er is dus wel degelijk één islam, die
in de diverse landen echter ongelijkmatig aanwezig is.
Dat voor wat het ons meest aanbelangende element van eenheid
en uniformiteit in de islam betreft. Er is echter ook
een fundamenteel leerstellig element dat ons toelaat de
islam haarscherp te definiëren op een manier die ook elke
moslim zal aanvaarden, en die grondig korte metten maakt
met het foefje dat "de islam niet bestaat".
U vraagt retorisch of ik "zelfs niet de meest elementaire
noties bezit van de islamitische religie". Volgt dan een
opsomming van weetjes over het rijke mohammedaanse leven,
waarin echter de "elementairste notie" van de islam opvallend
ontbreekt. De kern van de islam, dat is niet de reeks
onderverdelingen die U aanhaalt, dat is zelfs niet de
islamitische onverdraagzaamheid die mij bezorgd stemt
over de toekomst van onze samenleving, maar dat is een
geloof. Elke moslim verklaart te geloven: "Er is geen
god behalve Allah, en Mohammed is Zijn profeet". Daarover
zijn alle sekten en rechtsscholen het grondig eens. Deze
geloofsuitspraak heeft als logische implikatie dat de
openbaring via Mohammed, nl. de Koran, wel degelijk Gods
woord is, en dus onbetwijfelbaar waar. Ook daarover zijn
nog steeds alle moslims het eens. Dit geloof definieert
ondubbelzinnig "de islam", en wie beweert dat "de islam
niet bestaat", moet mij maar eens een moslim vinden die
deze geloofsbelijdenis verwerpt. Ik van mijn kant zal
dan een reeks gevallen opsommen van mensen die rechtstreeks
of onrechtstreeks deze geloofspunten in twijfel getrokken
hebben en daarom als afvallige vervolgd zijn, d.i. als
iemand die zich "buiten de islam" gesteld heeft. Deze
geloofspunten bepalen dus glashelder de grenzen van de
ene en ondeelbare islam.
2.3.9. De openbaring
Het door mij en nu ook door U genoemde boek van dr. Herman
Somers (ex-jezuïet, doctor in de Theologie, de Klassieke
Filologie en de Psychologie), Een andere Mohammed,
stelt op wetenschappelijke wijze het definiërende geloofspunt
van de islam in vraag. Het toont vanuit de psychopathologie
aan dat de profetische pretentie van Mohammed een hersenschim
was, dat hij geen openbaringen vanwege het Opperwezen
kreeg, en dat de Koran een menselijk, al te menselijk
boek is. Dit betekent dat de islam op een vergissing berust.
Voor U als vrijzinnige moet dat bekend klinken. Wie aan
bepaalde vrijzinnige instellingen in dienst genomen wordt,
moet een verklaring ondertekenen dat hij geen "geopenbaarde
religie" belijdt. Een vrijzinnige is per definitie iemand
die niet gelooft in een goddelijke openbaring. Voor vrijzinnigen
was er dus weinig nieuws aan de ontdekking van dr. Somers
dat Mohammeds persoonlijkheid en gedrag wonderwel aan
een welomschreven psychopathologisch syndroom beantwoordt,
en dat de Koranische openbaringen overduidelijk van hallucinatorische
aard zijn. Of de details van Somers' analyse nu kloppen
of niet, en of Mohammed nu zelf in zijn openbaringen geloofde
(zoals de psychopathologische these impliceert) danwel
de anderen doelbewust iets wijsmaakte (zoals sommige middeleeuwse
polemisten beweerden), maakt weinig verschil: voor de
vrijzinnige is de belangrijkste implikatie van dr. Somers'
bevindingen op voorhand bewezen, nl. dat de Koran niet
van bovennatuurlijke maar van menselijke oorsprong is.
De konsekwentie is dat het uitgangspunt van de islam (Er
is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn profeet)
op een vergissing berust. Het wordt dus hoog tijd dat
de ethiek en de wetten van een miljard mensen op een serieuzere
grondslag gevestigd worden dan het verwarde samenraapsel
van ingebeelde openbaringen dat de Koran is. Tussen moslims
krijg ik dan ook altijd een intens gevoel van medelijden:
welk een verspilling, zich te richten op en te bekwamen
in een dwaalleer (dat oude woord is hier objektief van
toepassing), en het voorbeeld na te volgen van een ordinair
mens die alleen in zijn eigen waan de uitverkoren laatste
profeet was. Als de wet voorziet dat kinderen in België
op staatskosten in die dwaalleer geïndoktrineerd kunnen
worden, dan moet dat maar (de wet is een ezel, maar het
is de wet); maar ik zou toch al het wettelijk mogelijke
doen om ervoor te zorgen dat ze ook de nodige kennis en
intellektuele vaardigheden opdoen om deze dwaalleer te
doorzien.
Het wil zo lukken dat dezelfde dr. Somers een gelijkaardige
diagnose gesteld heeft van Jezus en van enkele Oudtestamentische
profeten. De retorische ondertitel van zijn boek over
Jezus luidt zelfs: "Was het kristendom een vergissing?"
Somers toont aan dat de "openbaring" in de hele Abrahamische
traditie (trouwens ook veilig te extrapoleren naar sjamanisme
en andere vormen van openbaring) een louter menselijk
verschijnsel is, zonder goddelijke interventie of inkarnatie.
Hij heeft hieruit ook de persoonlijke konsekwenties getrokken,
nl. de Sociëteit en de Kerk verlaten. En hij pleit in
de konklusie van zowel zijn boek over Jezus als dat over
Mohammed voor een rijpere variant van het wetenschappelijk-humanistisch
projekt van de Verlichting; hij is dus wel degelijk een
"vrijzinnig" psycholoog, met "vrijzinig" niet in de sektaire
maar in de eigenlijke zin van het woord.
U neemt mij kwalijk dat ik het Jezusboek van Somers niet
vermeld. Amerikaanse TV-detektives waarschuwen hun arrestanten
altijd: "Al wat je zegt kan tegen je gebruikt worden",
maar hier geldt blijkbaar: "Ook wat je niét zegt, kan
tegen je gebruikt worden." In een bepaalde pers is het
inderdaad de gewoonte dat wanneer iemand op een of andere
smerige aantijging een repliek instuurt, en daarin wegens
de beperkte toegestane ruimte alleen de hoofdzaak behandelt,
de begeleidende n.v.d.r. dan triomfantelijk op al het
niet-gezegde ingaat: "U verzwijgt dat... En U ontkent
alvast niet dat..." In dit geval is er alleszins een zeer
goede reden om Somers' boek over Jezus te "verzwijgen".
Laat mij dus met een kort antwoord volstaan op Uw vraag:
"Waarom vermeldt KE wèl het Mohammedboekje van H. Somers
en niet diens boekje over Jezus?" Wel, omdat het artikel
over de islam ging en niet over het kristendom, natuurlijk.
De dag dat kardinaal Danneels een schrijfster ter dood
veroordeelt, of dat de Belgische vrijzinnigen eens een
manifest ten gunste van de katholieken opstellen, zal
ik hen allen met plezier de bevindingen van Somers over
Jezus onder de neus duwen.
2.3.10. Het belang van Mohammed
Interessanter dan de domme polemische vraag waarom ik
de kritische Jezusvorsing buiten beschouwing laat, is
Uw aansluitende bewering over "de beperkte relevantie
van dit soort van interpretaties". Dat de vraag of Mohammed
werkelijk Gods woord ontving slechts "van beperkte relevantie"
is, kan alleen door een niet-moslim beweerd worden, want
wie de goddelijke oorsprong van de Koran niet als een
zekerheid beschouwt, verwerpt ipso facto het definiërende
geloof van de islam. Maar goed, als niet-moslims ondereen
kunnen wij rustig dat geloof tussen haakjes plaatsen,
en ingaan op Uw reddingsformule voor een als irrationele
vergissing doorziene islam.
"Zoals dat ook het geval is met andere godsdienststichters,
zijn in de Mohammedoverlevering mythen, legendes en historische
feiten zo goed als niet van elkaar te onderscheiden",
zo meent U te weten. In de 19de-eeuwse filologie was het
de mode, historische feiten uit de niet-Europese historiografie
onder te dompelen in een soep van legenden en ander onbetrouwbaars,
en U zit nog steeds op dat spoor, samen met de progressieve
theologen (Bultmann, Küng, Schillebeeckx) die het als
feitenverhaal onderuit gehaalde evangelie trachten te
redden door er een onverifieerbaar "geloofsverhaal" van
te maken. Eén van Somers' grote verdiensten is juist dat
hij een uitwendig kriterium ontwikkeld heeft om de historiciteit
van biografie-elementen e.d. te kontroleren. Maar zelfs
zonder dat, weten we intussen dat de filologenmanie om
alle oude overleveringen als sprookjes af te doen achterhaald
is.
Reeds in de 19de eeuw bevestigde de opgraving van Ninive
de Bijbelse Ninive-beschrijving, die toen door verlichte
geleerden als fantasie beschouwd werd. Hedendaagse geleerden
(bv. Zeitlin: Ancient Judaism) hebben aangetoond
dat de meeste historiografische Bijbeltradities (bv. over
de landname door Jozua) tot in de details historisch zijn.
Dit in tegenstelling met de Evangeliën, welker samenstelling
inderdaad gepaard ging met enorme fraude, censuur, politiek
berekende inlassingen en domme vergissingen; wat Somers
niet verhinderd heeft om toch de historiciteit van bepaalde
elementen in de persoonsbeschrijving van Jezus aan te
tonen.
Kijken we buiten de Abrahamische sfeer, dan vinden we
ook elders tal van antieke historiografische fragmenten
die akkuraat blijken te zijn. Troje was een mythe, tot
Schliemann het ging opgraven. De Chinese genealogieën
van de Shang-dynastie werden weggelachen totdat de opgravingen
van de orakelbeenderen in de jaren 1920 aantoonden dat
ze volledig juist waren. En mensen van het International
Institute of Indian Studies zijn bezig met hetzelfde
aan te tonen voor de historische gedeelten van de Indiase
Purana's. We moeten natuurlijk niet in het andere
uiterste vervallen en alle oude teksten gewoon voor waar
aannemen, maar de bewijslast ligt voortaan bij degene
die de antieke auteurs van vervalsing of mythevorming
beschuldigt.
Er is dus geen reden om te doen alsof we niets over Mohammed
weten; integendeel, over geen enkel antiek godsdienststichter
of -hervormer hebben we zulke gedetailleerde gegevens.
Volgens de islamitische bronnen zelf was Mohammed een
roverhoofdman (82 karavaanraids waarvan hij er 26 persoonlijk
leidde); een gijzelnemer, die zijn mannen toestond om
de gijzelaars te verkrachten (mits interruptus);
een afperser, die de joden van Chaibar slechts "gedoogde"
in ruil voor de helft van hun inkomen (totdat hij hen
helemaal niet meer gedoogde); een terrorist, die zijn
kritici liet ombrengen, zodat velen zich uit angst moslim
verklaarden; een bijgelovige, die zich toelegde op de
bekering van djinns (geesten); een fanatikus, die
andermans eredienst verbood en de godenbeelden kapot sloeg;
en een slaafnemer en slavenhandelaar.
Voor de joden was hij een valse profeet die halfbegrepen
Bijbelverhaaltjes vermengde met eigen belangenbehartiging,
en dat dan goddelijke openbaring noemde; voor de heidenen
was hij een "getikte dichter" en een "bezetene". Op basis
van de islamitische bronnen herkent de moderne wetenschap
in hem een paranoialijder met sensoriële hallucinaties
en uitverkiezingswaan, en ziet de eerlijke multikulturalist
in hem een onverdraagzame Führer die Arabië judenrein
maakte en er de suksesvolle multikulturele samenleving
vernietigde voor een homogeen islamitische. Mohammed verrijkte
onze taal ook met de woorden kaffer (kafir), "niet-moslim",
dus rechtmatige prooi voor islamitische slavenhalers,
later verbijzonderd tot "negerslaaf"; en razzia (ghazwa),
"roofoverval". Dat zo iemand op kosten van de Belgische
staat aan onschuldige kinderen als model voorgehouden
gaat worden, is werkelijk een merkwaardig sukses voor
de vrijzinnige beweging.
Maar volgens U doet de persoon van Mohammed er weinig
toe, want: "De eventuele persoonlijke 'psychologie' van
zulke stichters leert ons zo goed als niets over de betekenis
en kracht van de betreffende religies als symbolische
zingevingssystemen." Hoewel er natuurlijk geen volmaakte
proportionaliteit is tussen de richtlijnen en ideaalmodellen
van een religie en het uiteindelijke konkrete gedrag van
haar volgelingen, kan men toch moeilijk ontkennen dat
het voorhouden van een fanatiek model zoals Mohammed een
gelijkaardig fanatisme bij de volgelingen stimuleert.
Het is niet noodzakelijk, in een terroristische profeet
te geloven om zelf terrorist te worden (kijk maar naar
de Khalistani's, het IRA, de ETA enz.),-- maar het helpt.
De gijzelnemers en bommenleggers van de Hezbollah doen
niets anders dan met moderne middelen Mohammeds voorbeeld
in praktijk brengen.
2.3.11. Godsdienstsociologie vandaag
Om mijzelf om te scholen en dat onverbeterlijk vertrouwen
op de feiten eerder dan op wensdenken af te leren, raadt
U me aan om wat "noties van godsdienstsociologie" te gaan
vergaren en de "wetenschappelijke literatuur inzake het
(moderne) fenomeen van het fundamentalisme" door te nemen,
ondermeer die van het Fundamentalism Project.
Van dat laatste heb ik behoorlijk wat doorgenomen, evenals
het meeste wat elders verschenen is over het "fundamentalisme"
in het boeddhisme, het hindoeïsme en de islam. Heel veel
boeken en artikels zijn dat, honderden, maar ik kom er
rond voor uit dat ik vele alleen wat doorbladerd heb omdat
ze meteen op het verkeerde spoor bleken te zitten.
Bijvoorbeeld, de bewering dat het "fundamentalisme" een
modern fenomeen is. Ten tijde van de Mongoolse overheersing,
die als periode van "verduistering van de islam" vergeleken
kan worden met de eerste helft van deze eeuw, maakte Ibn
Taimiya precies dezelfde analyse als de moderne islamisten,
o.m. dat terugkeer tot de zuivere islam spoedig tot het
herstel van de macht van de islam zou leiden. Idem voor
andere pre-moderne "fundamentalisten", zoals Sjah Waliullah
na de nederlagen van het Mogolrijk in de 18de eeuw, de
faraizieten en de wahhabieten.
En dat zijn dan maar varianten van het fundamentalisme
die typisch zijn voor moeilijke tijden, maar de glorierijkste
heersers van de islam waren op hun manier evenzeer "fundamentalistisch":
ze voerden heilige oorlogen om het domein van de islam
uit te breiden, maakten niet-moslims tot derderangsburgers,
braken kerken en tempels af of bouwden ze om tot moskeeën,
e.d. (de enige verzachtende faktor in de kalifaten van
Bagdad en Cordova en het Mogolrijk onder de "afvallige"
Akbar was de toen nog grote aanwezigheid van dhimmi's,
"gedoogde" niet-moslims die, op posten waar ze voor de
macht van de islam geen bedreiging vormden, kultureel
heel wat gepresteerd hebben, hetgeen men dan ten onrechte
de bijdrage van de islam aan de wereldkultuur noemt).
Het fundamentalisme begon niet in de jaren 1920, met Hassan
al-Banna in Egypte en de Kalifaat-beweging in Brits-Indië,
zoals tegenwoordig algemeen beweerd wordt; het is zo oud
als de islam zelf, en Mohammed was de eerste moslim-fundamentalist.
De betrokken fundamentalisten hebben trouwens nooit anders
beweerd dan dat zij het voorbeeld van de profeet en van
andere groten uit de islamgeschiedenis reaktualizeerden.
Het is toch wel een merkwaardige vaststelling dat de betrokkenen
en hun akademische duiders daarover diametraal tegengestelde
zaken beweren.
Men kan dit vergelijken met de media-behandeling van het
VB. Er wordt tegenwoordig veel gezegd dat het VB en het
fundamentalisme keerzijden van dezelfde medaille zijn.
Ik ga me daar niet in één-twee-drie over uitspreken, maar
ik stel wel vast dat de behandeling die zij in de media
krijgen, dezelfde is. De media maken een mentale afspraak,
onderling en ook met de weldenkende politici, om systematisch
een bepaald interpretatieschema aan het VB/fundamentalistische
fenomeen op te leggen, en absoluut niets uit de VB/fundamentalistische
werkelijkheid door te laten dat niet in dat schema past.
(naschrift: ) Bedoeld is het
meerdelige overzichtswerk van Martin E. Marty & R.
Scott Appleby, red.: The Fundamentalism Project, University
of Chicago Press, 1991 vv.
Een typische kollektieve leugen van dit soort is het politologen-
en journalistenfoefje van de "proteststem", het "signaal
van de burger" wegens de "kloof tussen burger en politiek",
dat na 24 november 1991 moest verdoezelen dat 10% van
de bevolking welbewust voor het VB-programma gestemd had:
wie voor de SP stemt is een mondige burger die voor een
programma kiest, wie voor het VB stemt is een onmondig
kind wiens ondoordachte stemgedrag om psycho-analyse vraagt.
Nog zo'n afspraak is om het VB als een één-thema-partij
voor te stellen, gewoon door over wetsvoorstellen en andere
aktiviteiten die over een ander dan het migrantenthema
handelen, niet te berichten. Een andere is de afspraak
om het VB altijd "ondemokratisch" te noemen; hoewel in
andere tijden en plaatsen xenofobie en anti-demokratische
gezindheid wel eens samengaan, is mij niets bekend van
een VB-programmapunt ter afschaffing van de demokratie
(ik dacht dat het VB integendeel voor het bij uitstek
demokratische referendum pleitte). Dit kan natuurlijk
ook aan mijn zeer onvolledige kennis van het VB-fenomeen
liggen, maar wat er ook de ware toedracht van mag zijn,
we zullen ze in de media niet vernemen, want daar houdt
iedereen zich aan de mentale afspraak om het overeengekomen
vijandbeeld in de plaats van de werkelijkheid te stellen.
Een gelijkaardige afspraak geldt dus voor fundamentalisten
allerhande. Een voorbeeld uit een ander deel van de wereld:
de Bharatiya Janata Party, doorgaans als "hindoe-fundamentalistisch"
omschreven, belijdt als partij-ideologie het "integraal
humanisme", en houdt daarover vormingskursussen voor haar
nieuwe leden, die bij toetreding allemaal hun trouw betuigen
aan de ideologie van het "integraal humanisme", en aan
geen andere. Welnu, in de vakliteratuur zowel als in de
persverslaggeving, in zeker 99% van de boeken en artikels
die over de BJP verschijnen, komt het onderwerp "integraal
humanisme" totaal niet voor. Blijkbaar past het niet in
de gewenste beeldvorming van dit "fundamentalisme". Ook
van Susan Bayly, BJP-watcher van het Fundamentalism
Project, heb ik een aantal teksten waarin de BJP ondersteboven
geanalyzeerd wordt zonder dat de verklaarde ideologie
van deze partij zelfs maar genoemd wordt. Een student
die over een andere beweging een thesis verdedigt en op
dezelfde manier haar verklaarde ideologie zelfs niet vermeldt,
zou zwaar gebuisd worden; maar inzake "fundamentalisme"
houden de grootste specialisten zich aan de stilzwijgende
afspraak om het zo te doen.
Idem natuurlijk voor het moslim-fundamentalisme. Het helpt
niet dat moedjahedin verklaren dat zij ongelovigen
doden omdat dit hun islamitische plicht is, of dat zij
Rushdie willen doden omdat de profeet daartoe het voorbeeld
gaf. Wat ze ook zelf over hun eigen motieven zeggen, onmiddellijk
staan de duiders klaar om het beter te weten, en te zeggen
dat de Rushdie-zaak uit een "machtsstrijd tussen Iran
en Saoedi-Arabië" voortkomt, of dat het om "post-koloniale
frustraties" en de "kanalizering van de wanhoop en woede
van de werkloze jongeren" gaat. "Jullie zeggen wel dat
jullie het om dié reden doen, maar wij zullen jullie eens
gaan vertellen wat jullie wèrkelijke beweegreden is":
aan deze benadering is dus niets wetenschappelijks. Simpele
glasheldere feiten worden bedolven onder mistige halve
waarheden en jargon, ten voordele van een ideologisch
gemotiveerde prefab-verklaring.
Als het Fundamentalism Project in zijn premissen en in
zijn konklusies volhoudt dat het islamitisch fundamentalisme
hetzelfde is als de anti-abortusbeweging en het kreationisme
in de VS, het boeddhistisch nationalisme in Sri Lanka
of de Kach-partij in Israël, dan bewijst dat alleen dat
akademici best in staat zijn om feiten die hinderlijk
zijn voor hun paradigma, straal te negeren. De geschiedenis
van de islam is vol van het soort attitudes en wapenfeiten
die men vandaag bij het "fundamentalisme" zou rangschikken,
en dat ligt niet aan uitwendige oorzaken (die volgens
het tweede apriori van het Fundamentalism Project het
fundamentalisme moeten verklaren) maar aan de grondslagen
van de islam zelf. De Boeddha was geen fanatikus, en als
zijn volgelingen in het hedendaagse Sri Lanka dat wel
zijn, dan zijn zij dat niet krachtens maar wel ondanks
het boeddhisme. Islamitische fanatici daarentegen doen
niet meer dan het voorbeeld van hun profeet in praktijk
brengen.
Het voorbeeld van Sri Lanka bewijst dat het gedrag van
aanhangers van een religie niet tot de doktrinale impakt
van die religie gereduceerd kan worden; maar dat wil ook
weer niet zeggen dat de doktrine zonder belang is. De
doktrine is integendeel een zeer goede voorspeller voor
de verdere geschiedenis van een religie. Het vredelievende
boeddhisme, dat overigens net zo expansief en missionair
was als de islam, heeft een veel vrediger geschiedenis
gekend dan de islam (althans wat agressie betreft, want
in de slachtofferrol is het wèl aan zijn trekken gekomen:
het is in Centraal-, Zuid- en een deel van Zuidoost-Azië
door de islam vernietigd).
Het verband tussen enerzijds de specifieke doktrine van
een religie t.a.v. geweld en de relatie met andersdenkenden,
en anderzijds het daadwerkelijk fanatisme van de belijders
van die religie, kan men vergelijken met het verband tussen
alkohol en verkeersongevallen. Sommigen drinken zich stiepelzat
en rijden desondanks veilig naar huis; anderen zijn geheelonthouder,
maar zijn toch een gevaar op de weg; maar spijts die twee
extremen, staat het vast dat in de meeste gevallen, alkoholgebruik
door automobilisten de kans op ongevallen aanzienlijk
verhoogt. Sommigen belijden een fanatieke religie, en
zijn toch de verdraagzaamheid zelve; anderen belijden
een verdraagzame religie, en zijn toch fanatiek; maar
die twee extremen (die men graag genoeg aanhaalt om de
diskussie over de onverdraagzaamheid van bepaalde religies
te doen stranden) veranderen niets aan de algemene wetmatigheid
dat indoktrinatie in een verdraagzame religie de verdraagzaamheid
stimuleert, en dat indoktrinatie in een fanatieke religie
het fanatisme stimuleert.
Het voorgaande lijkt me nogal evident, en als de akademici
van het Fundamentalism Project het desondanks niet
kunnen begrijpen, dan kan ik tegenover zoveel hardleersheid
verder niets meer doen behalve de verdraagzaamheid beoefenen.
Over dan naar de toepassing van de godsdienstsociologie
op de ontstaansgeschiedenis van de islam.
2.3.12. Godsdienstsociologie en Mohammed/
In toekomstige kursussen wetenschapsleer zal het
hoofdstuk over wetenschappelijke fraude een vette kluif
hebben aan de twintigste eeuw, vooral omdat vandaag het
gezag van de wetenschappelijkheid zo enorm is, terwijl
de radikaal wetenschappelijke instelling nog altijd vaak
onder de schaduw van ideologische prioriteiten verdwijnt.
Men schuift dus regelmatig ideologische stokpaardjes naar
voren als "wetenschappelijke bevindingen", en het kwa
wetenschappelijkheid nog onvolwassen publiek laat zich
daar nog vaak aan vangen. Eén van de voorbeelden die men
in die kursus zal bestuderen, is de Lysenko-affaire (stalinistische
genetika); een ander is de godsdienstsociologische benadering
van de vroege islam.
Ik betwist uiteraard niet de mogelijkheid van een rigoereus-wetenschappelijke
methode in de menswetenschappen, maar ik stel vast dat
heel wat van de dingen die in de Letteren- en Sociologiefakulteiten
op gemeenschapskosten gedaan worden, absoluut niet het
etiket "wetenschappelijk" verdienen. De vervorming van
historische feiten door een bepaald type ideologische
bril met hoge krommingsgraad, is in sommige onderzoeksrichtingen
een zo grote en opdringerige handicap dat het hele onderzoek
er waardeloos door wordt. Dat geldt met name voor wat
de godsdienstsociologie van Mohammeds loopbaan gemaakt
heeft.
Er zijn verschillende modernistische omduidingen van Mohammeds
loopbaan, maar het meest populair is zeker de socialistische
variant van Maxime Rodinson e.v.a. die Mohammed als een
kampioen van de gelijkheid en de sociale rechtvaardigheid
voorstellen. Het resulterend beeld, dat gepropageerd wordt
in nagenoeg alle pop-boekjes die nu verschijnen, is een
soort maoïstisch-bewerkt Robin Hood-verhaal dat in de
historische bronnen geen enkele steun vindt en alleen
op de gretige wensen en multikul-politieke prioriteiten
van de hedendaagse akademici gebaseerd is.
Wij zouden bv. moeten geloven dat een religieuze revolutie
in 7de-eeuws Arabië een onvermijdelijkheid was, gezien
het schokeffekt van bepaalde sociaal-ekonomische veranderingen.
Ten eerste is het niet waar dat er zulke schokkende sociaal-ekonomische
veranderingen plaatsvonden: Mekka was al lang een handelscentrum,
Medina was allang een landbouw-oase, en natuurlijk zullen
er wijzigingen geweest zijn, zoals die er altijd en overal
zijn, maar het is onzin om te spreken van een omwenteling
in de benedenbouw van de Arabische samenleving, die een
omwenteling in de bovenbouw onafwendbaar maakte. Ten tweede
is het marxistische dogma dat een religieuze omwenteling
het gevolg moet zijn van een sociaal-ekonomische, aantoonbaar
onjuist: er hebben veel grondiger sociaal-ekonomische
omwentelingen plaatsgevonden dan ten tijde van het ontstaan
van de islam, zonder dat die een gelijkaardige tornado
van religieus geweld of zelfs maar religieuze hervormingen
tot gevolg hadden.
In ieder geval blijkt uit de islamitische bronnen niets
van een sociaal-ekonomisch motief voor het ontstaan van
de islam. Dat Mohammed de Arabische ekonomie tot een oorlogsekonomie
omvormt, gebaseerd op plunderingen en afgedwongen schattingen,
en gericht op militaire build-up voor verdere expansie,
is gewoon een gevolg van zijn heerszucht en niet van enige
sociaal-ekonomische visie. Mohammed trekt zich geen bal
aan van sociaal-ekonomische toestanden, hij neemt ze zoals
ze zijn of zoals ze als onbedoeld neveneffekt van zijn
politieke ingrepen worden.
Dit wordt door zijn apologeten trouwens impliciet toegegeven,
waar zij hem bv. trachten vrij te pleiten van schuld aan
de slavernij: "De slavernij was er nu eenmaal, en Mohammed
paste zich aan aan de heersende toestand." Van de ene
kant juichen ze zijn revolutionaire ingrepen toe, religieuze
(vernietiging van beeldenverering en god-pluralisme) en
politiek-maatschappelijke (vervanging van de klan als
politieke eenheid door de islamitische gemeenschap of
oemma), maar wanneer dat beter uitkomt, dan stellen
ze hem voor als hulpeloos tegenover de nu eenmaal bestaande
status-quo. Deze uitgekiende mix van "Mohammed de revolutionair"
en "Mohammed de wijze diplomaat die zich aan heersende
toestanden aanpaste" is een favoriet motief in de godsdienstsociologische
sprookjes over Mohammed.
Andere verhaaltjes zijn ondermeer dat de heidense religie
uitgeblust was en dat de Arabieren op iets nieuws zaten
te wachten (waarom verdedigden ze ze dan zo fel tegen
Mohammed?); dat zij hun pluralistische kultuur alleen
maar tegen Mohammed verdedigden uit verwerpelijk winstbejag,
omdat zij veel geld verdienden aan de bedevaart naar Mekka
(wat dan met de niet-Mekkaanse Arabieren, die aan die
bedevaart juist veel geld uitgaven?); dat de islam voor
de vrouwen een hele emancipatie betekende (waarom namen
zij dan het voortouw in de strijd tegen Mohammed?); dat
de Arabieren een woeste en bloeddorstige bende waren die
dringend wat beschaving behoefden (waarom werden hun temperende
krijgskonventies dan door Mohammed geschonden en afgeschaft,
en waarom werd hun zeer beperkte oorlogvoering en hun
genereuze niet-achtervolging van de verslagen moslims
na Uhud en in de Ridda-opstand dan door de moslims in
eigen voordeel uitgebuit in het kader van een nieuw koncept
van totale oorlog?). Deze verhaaltjes zijn volledig in
strijd met de informatie die het bronnenmateriaal ons
verstrekt.
Mohammed had maar één programmapunt, en dat was: zijn
eigen uitverkiezingswaan door zoveel mogelijk mensen te
doen aanvaarden. Als rechter en machthebber kreeg hij
natuurlijk een aantal konkrete beslissingen met een maatschappelijke
dimensie te nemen, en zoals elk goed strateeg buitte hij
de tegenstellingen in de te vernietigen samenleving uit,
maar dat betekent absoluut niet dat hij zich als een maatschappijhervormer
beschouwde. Zoals elk propagandist identificeerde hij
zijn eigen zaak met bepaalde ethische waarden en plakte
hij zijn tegenstanders bepaalde on-ethische etiketten
op, maar dat betekent absoluut niet dat zijn strijd een
strijd voor bepaalde ethische waarden was. Mohammed streed
enkel en alleen voor Mohammed, en de godsdienstsociologische
(zowel als de islamitische) zienswijze dient er slechts
toe, tegen elke getuigenis in, een maatschappelijk en
kultureel waardevol gewaad te "zien" rond de schouders
van de naakte keizer Mohammed.
Ik weet het wel, de onbevangen lezing van de bronnen,
degene die de imaginaire bekleding van Mohammed met allerlei
verdiensten doorziet, is momenteel absoluut niet populair.
Een verpletterende meerderheid van akademici die over
dit onderwerp schrijven, doen mee aan de mythevorming,
en verketteren de onbevangen lezing als "middeleeuws gepolemizeer"
en wat al niet. Voor toekomstige wetenschapshistorici
zal dit een paradoksale (want de rationale visie wordt
als obskurantistisch voorgesteld, de gelovige als wetenschappelijk),
typisch 20ste-eeuwse variant zijn van de regelmatig terugkerende
massale medeplichtigheid van het akademisch establishment
aan de verkettering van onbevangen rationele zienswijzen,
zoals destijds het heliocentrisme.
2.3.13. Tot besluit
U zegt het wel heel nadrukkelijk: het AGI-initiatief "komt
op voor de gelijkberechtiging van de islam, in al zijn
verscheidenheid, in België -- niét in Bangladesj, Iran,
Algerije enz." Aan de gelijkberechtiging van de islam
met andere religies in die landen, dus aan de gelijkberechtiging
van de andere religies met de islam, zou U wel een zeer
zware kluif hebben.
U zegt ook dat U, ondermeer uit zorg voor een gunstig
ondernemingsklimaat, een "vreedzame en harmonieuze ontwikkeling"
voor onze samenleving wenst, en dat die er maar komt mits
afgezien wordt van "diskriminaties op basis van afkomst,
ras, geloof, geslacht, enz." Dat precies is mijn motivatie
om de islam aan de kaak te stellen. De islam bevat welbekende
diskriminaties op basis van geslacht; historisch heeft
hij, evengoed als andere kulturen, ook diskriminaties
op basis van afkomst beoefend (bv. Arabische aristokratie
in Iran en Noord-Afrika, Turko-Afgaanse in India); hij
heeft via de negerslavernij een kruciale rol gespeeld
in de totstandkoming van diskriminatie op basis van ras;
en vooral, altijd en overal beoefent de islam diskriminatie
op basis van geloof. Terwille van de harmonie en de niet-diskriminatie
is het noodzakelijk, de islam op zijn plaats te zetten.
Tenslotte nog een opmerking over de bijwijlen heftige
en emotionele toon van Uw schrijven. Men kent het verschijnsel
van de machteloze kleine man die zijn gedacht alleen in
de rubriek lezersbrieven kwijt kan, en die daarin dan
ook vrijelijk lucht geeft aan zijn emoties van woede en
verontwaardiging. Waarom ter wereld vertoont U ditzelfde
gedrag, met insinuaties en scheldpartijen aan mijn adres?
Tenslotte bevindt U zich in een komfortabele positie:
het hele Belgische politieke en akademische establishment
staat aan Uw kant, en ook het wereldwijde islamitische
establishment is gewonnen voor Uw pleidooi voor overheidsfinanciering
van de Belgische islam. Ik daarentegen ben maar een eenzame
dissident. Wat kan zulk formidabel eensgezind establishment,
waarvan U de zegsman bent, er nu last van hebben dat er
ergens een kritisch artikeltje verschijnt? Gezien het
feit dat U in Uw tekst van vier bladzijden geen enkele
poging doet om ook maar één stelling uit mijn Trends-artikel
van vier bladzijden te weerleggen, is mijn vermoeden dat
U er gewoon geen speld kon tussenkrijgen, en dat dat toch
een beetje "steekt". Moge Allah het beteren!
Tot genoegen,
KE
2.4. Anti-islamisme en anti-semitisme
(Dit artikel verscheen in het katholieke maandblad
Nucleus, november 1997.)
2.4.1. " Antiracisme " als gif
In de Uitzending door Derden van Het Vrije Woord, omroepvleugel
van het Humanistisch Verbond, op 22 september 1997 op
BRTN Radio 1, verklaarde de Gentse prof. Herman De Ley
dat "het anti-islamisme van nu" een geval is van "racisme",
en zelfs het exakte ekwivalent van "het anti-semitisme
van de Nazi's". Deze beschuldigingen, integraal deel van
een brede kampanje van verbale terreur, vragen om enige
kommentaar. Anderzijds verdedigde hij zijn initiatief
uit 1994, het platform van "Akademici voor de Gelijkberechtiging
van de Islam", tegenover zijn achterban met het argument
dat we moeten aanvaarden dat er "altijd mensen zullen
zijn die hun zingeving in de religie zoeken", iets wat
in die kringen zelden gezegd wordt jegens bv. het katholicisme.
Herman De Ley weet nochtans zeer goed dat het zgn. "anti-islamisme"
geenszins een uitvinding van "extreem-rechtse racisten"
is. In een artikel in Trends in 1994 heb ik erop
gewezen dat islam-kritiek wereldwijd vooral het werk is
van gekleurde medemensen, auteurs uit Egypte, Mali of
Bangladesj die hun leven op het spel zetten om hun landgenoten
uit de mentale greep van de islam te bevrijden: "Islamkritiek
is inderdaad bruin en zwart, niet qua politieke maar qua
huidskleur." De Ley kent dat artikel, want hij heeft er
een giftige brief op teruggeschreven waarin hij veel hete
lucht blaast maar natuurlijk niets weerlegt. De Ley weet
dat zijn vereenzelviging van islamkritiek met "extreem-rechts"
als een valse truuk ontmaskerd is, maar omdat hij de media
aan zijn kant weet, kan hij zich veroorloven om de leugen
te herhalen: niemand zal een platform krijgen om hem in
verlegenheid te brengen.
De Ley weet dat "anti-islamisme" geen kwestie van "racisme"
is, maar hij gaat ermee door, gekleurde islamkritici te
miskennen of impliciet op de "racisme"-schietschijf te
spijkeren. Het was op initiatief van zijn Nederlandse
geestesgenoten dat een blanke Amsterdamse rechter in 1992
de bruine Pakistaanse islam-kritikus Mohamed Rasoel krachtens
de wet op het racisme tot een zware boete veroordeelde
wegens diens waarschuwing dat de islam op een machtsovername
in het naïef-gastvrije Nederland aanstuurt. Maar aan dat
schandaal, aan dat krasse onrecht tegenover een immigrant,
is de hele intelligentsia medeplichtig die de associatie
van islamkritiek met racisme in stand houdt.
2.4.2. Het moslim-ras
Wat in Herman De Ley's betoog volstrekt niet door de beugel
kan, is de gelijkstelling van "anti-islamisme" met het
vooroorlogse anti-semitisme. Om te beginnen verhouden
beide zich verschillend tot de kategorie "racisme". Noch
de islam als ideologie noch de moslims als gemeenschap
vormen een "ras", terwijl ook geen enkele mij bekende
islamkritikus de islam of de moslimgemeenschap ooit als
een ras definieerde. Het judaïsme of het joodse volk is
evenmin een ras, maar het anti-semitisme in de decennia
vóór 1945 definieerde het jodendom wèl als een ras, en
was in die zin wel een racisme, zij het dan een crank
racism.
Er zijn trouwens nog wel meer ernstige verschillen tussen
zelfs de meest primaire vreemdelingenhaat van nu en het
anti-semitisme van toen. Zo heb ik nog nooit een hedendaags
xenofoob politikus àlle problemen, van zedenverval tot
ekonomische krisissen, aan "de vreemdelingen" laat staan
aan "de islam" horen wijten; destijds echter ging het
anti-semitisme wel degelijk zo ver ("Achter alles staat
de Jood"). Vandaag vindt men datzelfde soort anti-semitisme
wel nog volop in de islamwereld, getuige bv. de aantijging
door de Maleise premier Mahathir Mohammed dat de recente
beurskrisis in Zuidoost-Azië het werk was van "joodse
woekerkapitalisten".
2.4.3. Islam, slavernij en racisme
Ten tweede is het amalgaam van islamkritiek met "racisme"
toch wat onkies als men beseft dat het racisme van de
voorbije eeuwen zijn oorsprong juist vond in een islamitische
instelling, nl. de ras-ongelijke slavernij, zoals uitvoerig
aangetoond is door de vooraanstaande islamoloog Bernard
Lewis (Race and Slavery in the Middle East, 1990)
en de slavernij-historikus David Brion Davis. De moslims
mochten geen mede-moslims tot slaaf maken, en evenmin
joden en kristenen die zich bij de islamitische heerschappij
neergelegd hadden; dus zwermden zij uit om Zuid- en vooral
Oost-Europese kristenen door raids en zeeroverij voor
de slavernij te vangen, en vooral om de Afrikaanse animisten
te vangen of op te kopen bij kollaborerende stamhoofden,
en naar de islamitische metropolen te vervoeren. Hierbij
maakten de moslims een hiërarchisch onderscheid tussen
blanke en zwarte slaven, en zelfs zwarten die zich tot
de islam bekeerden, werden vaak toch nog als legitieme
prooi voor slavenhalers beschouwd.
De grootschalige vereenzelviging van zwarten met het slavenstatuut
leidde vervolgens tot de notie dat zwarten van nature
geschikt zijn voor de slavernij en ongeschikt voor de
vrijheid. In de vijftiende eeuw werden Spanjaarden en
Portugezen handelspartners van de moslims in de zwarte-slavenhandel,
en zij breidden hem uit tot de Nieuwe Wereld. Hierdoor
brachten zij de racistische minachting voor zwarten in
Europa binnen, waar zelfs de antieke Grieks-Romeinse slavenhandelaars
nooit op het idee van een raciale minderwaardigheid van
de zwarten gekomen waren. De Atlantische slavenhandel
overtrof overigens nooit de Arabische in omvang, en werkte
aan de bron steeds innig samen met islamitische slavendrijvers.
De islam is niet het slachtoffer maar wel de bron van
het racisme, dat als doktrine van biologische ongelijkheid
een uitloper was van de islam-doktrine van ongelijkheid
tussen moslims en ongelovigen.
2.4.4. Arabië judenrein
Ten derde getuigt het van een bedenkelijk slechte smaak
om het lijden van het joodse volk voor het karretje van
uitgerekend de islam te spannen. De profeet Mohammed vestigde
zijn alleenheerschappij in Medina door er de joden deels
te verbannen, deels als slaaf te verkopen, en deels uit
te moorden; nadien maakte hij heel Arabië judenrein. In
1940-45 stonden de moslims massaal aan de kant van Hitler,
en hoewel men hun kan vergeven dat ze van de Europese
politiek en dus van het nazisme niet veel begrepen, was
hun voornaamste motief onmiskenbaar de jodenhaat die ze
met Hitler gemeen hadden. Men maakt dat niet ongedaan
door de tirailleurs marocains en de tirailleurs sénégalais
in het Franse leger, arme sloebers die dienst namen om
wat sociale promotie te maken, als "anti-fascisten" voor
te stellen.
Recenter verboden talloze moslim-landen de film Schindler's
List omdat de joden er te positief in voorgesteld worden.
Moslims in België hebben al meermalen synagoges aangevallen.
Op een verkiezingsaffiche (1995) van Filip De Winter in
Borgerhout hadden plaatselijke "jongeren" een beetje extra
beharing aangebracht om hem meer op de baarlijke duivel
te doen lijken; nee, geen Hitlersnorretje, maar chassidische
haarlokjes. In 1990 juichten de massa's in de hele islamwereld
Saddam Hoessein toe toen hij aankondigde dat hij "met
chemische wapens half Israël zou platbranden". Zopas verklaarde
de Palestijnse Hamas-leider Ahmed Yassin dat Israël van
de landkaart moet verdwijnen. De wapenwedloop in die regio
staat nog steeds in het teken van het overtroeven van
de Israëlische oorlogsparaatheid door de aanmaak van wapens
die Israël van op veilige afstand kunnen treffen en vernietigen.
Er is een reëel gevaar dat prof. De Ley's favoriete religie
zal slagen waar Hitler faalde.
De laatste jaren tracht men ons ervan te overtuigen dat
het "fundamentalisme" over zijn hoogtepunt heen is. Tja,
ik heb altijd gesteld dat de islam op zeer plotselinge
wijze zal imploderen, en mij zal het dus niet verrassen
wanneer het nieuws komt dat de islam zijn tanden verliest.
Maar is het al zo ver? De verkiezing van de meest gematigde
kandidaat in de Iraanse presidentsverkiezingen, enkele
maanden geleden, zal inderdaad wel een hartekreet zijn
van de Iraanse bevolking die stilaan genoeg krijgt van
de ayatollahs. Echter, alle kandidaten moesten, om überhaupt
te mogen deelnemen, bewezen voorvechters van de islamitische
theokratie zijn.
Stel nu nog dat de Iraanse bevolking de ayatollahs niet
langer steunt, dan blijft het feit dat de ayatollahs de
staat kontroleren. De Sovjet-staat heeft zeventig jaar
lang allerlei konflikten en destabilizatie veroorzaakt
zonder ooit echt de steun te genieten van een bevolkingspercentage
gelijk aan dat wat in Iran voor de radikaalste kandidaat
gestemd heeft. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam,
had hij bij de verkiezingen een gevoelige achteruitgang
moeten inkasseren, en had hij in zijn propaganda al enkele
jaren de jodenhaat minder op de voorgrond geplaatst. Men
had in januari 1933 dus kunnen zeggen dat hij zowel in
ideologische intensiteit als in populariteit over zijn
hoogtepunt heen was; maar inmiddels weten we dat we het
vel van de beer niet voorbarig moeten verkopen. Het islamvuur
mag er bij Feroz-met-de-tulband dan een beetje uit zijn,
feit is dat enkele dagen na de Iraanse presidentsverkiezingen
Iraanse spionnen in Groot-Brittannië aangehouden werden
die atoomtechnologische geheimen trachtten te stelen.
Presidenten komen en gaan, maar de strijd gaat voort.
2.4.5. Joodse GIA-moorden?
De vierde kritiek op prof. De Ley's gelijkstelling van
anti-semitisme en anti-islamisme is dat zij impliciet
een ongelooflijk brutale belediging van de joodse gemeenschap
inhoudt. Een gelijkstelling van de situatie van de moslims
nu met die van de joden destijds suggereert ook een projektie
van de reële aanleiding tot de hedendaagse islamkritiek,
nl. het bloedige palmares van de islam, op de haat jegens
het weerloze jodendom van toen. Het "anti-islamisme" gaat
uit van reële feiten en authentieke gezaghebbende teksten;
tenzij prof. De Ley over andere informatie beschikt, was
het anti-semitisme van de Nazi's daarentegen gebaseerd
op paranoia en vervalsingen.
De islam heeft Europa meermalen gewapend trachten te onderwerpen,
en zelfs de reddende ingreep van Karel Martel (Poitiers
731) en Jan Sobieski (Wenen 1683) kon niet verhinderen
dat grote delen van Zuid- en Oost-Europa eeuwenlang onder
de knoet van de islam zuchtten; iets dergelijks kan men
het joodse volk niet aanwrijven. De islamwereld heeft
miljoenen Europeanen en een nog groter aantal zwarten
tot slaaf gemaakt, vanuit de doktrine dat slaafneming
van ongelovigen legitiem is; dat is niet onze ervaring
met de joden.
Kristenen en vrijzinnigen worden vandaag door moslims
onderdrukt en uitgedreven in Turkije, Pakistan, Soedan
en andere landen; wil De Ley de joden van destijds gelijkaardige
wapenfeiten aanwrijven? Dat de islam de wereld wil veroveren
staat in de Koraan zelf; om een gelijkaardige bedoeling
in de schoenen van de joden te schuiven, was er een vervalsing
nodig (de Protokollen van de Wijzen van Zion). Ook de
zogenaamde kleine kriminaliteit van jonge moslims en de
aktiviteiten van de GIA tot in Brussel toe zijn reële
feiten waar in het geval van de joden in de jaren '30
niets tegenover staat.
Het anti-semitisme van destijds was een sociale pathologie
die een weerloze gemeenschap tot zondebok maakte; de islamkritiek
van vandaag is een ideologische strijd die volledig gerechtvaardigd
wordt door akute maatschappelijke problemen, door de bijzonder
lange en omvangrijke voorgeschiedenis van islamitisch
imperialisme, en door expliciete oorlogsverklaringen jegens
onszelf vanwege zowel bronteksten als hedendaagse zegslieden
van de islam.
2.4.6. Pathologie van het "anti-racisme"
Prof. De Ley's strijd tegen het "racisme" in dienst van
de islam is een mooie illustratie van de psychologie van
de hedendaagse "anti-racist". Elke onbenul kan zich tot
"weerstander" uitroepen door nu de strijd te voeren tegen
het "fascisme" dat al een halve eeuw dood is. Men kent
het verschijnsel wel bij jeugdbendes: nadat de vechtersbazen
iemand van de rivalizerende bende hebben neergeslagen,
komen de meelopers naar voren om de weerloze tegenstander
op de grond ook een dappere trap toe te dienen. De held
uithangen tegen een dode vijand: je kan je nauwelijks
voorstellen dat volwassen mensen zich daarmee bezig houden,
maar er gaan miljoenen aan overheidssubsidies naartoe.
Wie vandaag iets tegen het kommunisme zegt, krijgt te
horen dat zulke praat toch volkomen achterhaald is, want
het Oostblok heeft het kommunisme al een jaar of zeven
afgezworen. Het helpt dan niet, erop te wijzen dat het
kommunisme nog altijd twee derden van zijn vroegere onderdanen
onder de knoet houdt in ondermeer China, en daar alleen
geliberalizeerd is op ekonomisch gebied maar niet op die
gebieden die de meeste anti-kommunisten interesseren,
zoals pers- en godsdienstvrijheid. De regering stelt dus
geen budget ter beschikking voor de studie van het kommunisme
en van de vrijgegeven Sovjet-archieven, ook de universiteiten
hebben dringender prioriteiten, en de media waken erover
dat niemand aan zijn kollaboratie met het moorddadigste
systeem uit de wereldgeschiedenis herinnerd wordt. Maar
intussen hebben velen een voltijdse baan aan de in veel
groter mate "achterhaalde" strijd tegen het in 1945 totaal
verslagen fascisme en de sindsdien totaal gemarginalizeerde
rassenleer.
Dezelfde Don Quichotes die tegen spoken vechten zijn in
nuchtere toestand echter wel de kollaborateurs van een
hedendaagse en zeer reële vijand. Wat specifiek hun houding
tegenover het joodse volk betreft, werpen zij zich op
als kampioenen in de strijd tegen een verslagen en dode
vorm van anti-semitisme, om echter tezelfdertijd als gangmaker
op te treden voor een levende en zeer gevaarlijke drager
van jodenhaat, nl. de islam. Er zijn al veel oorlogen
verloren omdat men zijn defensieve voorbereidingen richtte
op de vijand uit de vorige in plaats van op die uit de
komende konfrontatie.
<<PAGE
1 <<PAGE
2 PAGE
4>>