2. De onderdrukking van islamkritiek
2.1. Schrijfster gelauwerd, boek verbrand
(Dit is de tekst van een artikel dat ik in juli 1994
tevergeefs aan enkele dagbladen aangeboden heb.)
In de beroering rond de Bangladesji vrouwenarts en schrijfster
Taslima Nasrin zijn er vreemde dingen gebeurd. Een vergelijking
brengt ze meteen aan het licht, bv. met de kommotie destijds
rond De Goelag-Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn.
Stel je voor dat allen die hun sympathie met Solzjenitsyn
betuigden, strikt vermeden om met één woord te reppen
over de inhoud van zijn werk, over het kommunisme en de
kampen. Dat is gewoon ondenkbaar, en het is ook niet gebeurd.
Er waren natuurlijk linksen die Solzjenitsyn haatten omdat
hij de schijnwerper richtte op feiten die zijzelf ontkenden,
maar zij hadden niet de slechte smaak om plots Solzjenitsyn
te gaan toejuichen; zij keken de andere kant op. Maar
wie Solzjenitsyn steunde, sprak vooral wèl over de Goelag.
Of herinner u de moord op Steve Biko. Kan men zich voorstellen
dat een sympathizerend rouwverslag zou nagelaten hebben,
de Apartheid aan te klagen en Biko's strijd ertegen in
de verf te zetten? Natuurlijk niet: niemand was zo hypocriet
om tegelijk Biko te prijzen en de Apartheid tegen kritiek
af te schermen.
Wat toen ondenkbaar was, is tegenover Taslima Nasrin de
norm. Ziedaar een Solzjenitsyn wiens Goelag Archipel
zelfs door zijn eigen sympathisanten doodgezwegen wordt.
De twee stellingnames die de schrijfster elk een doodvonnis
opgeleverd hebben, worden in geen enkel perscommentaar
gesteund of zelfs maar besproken, en meestal niet eens
vermeld, ook niet in de reeks "open brieven aan Taslima
Nasrin" van Bernard-Henry Lévy en andere modieuze auteurs.
Eén thema, reden voor het jongste doodvonnis, is de rol
van de basisdoktrine van de islam (niet van een marginaal
"fundamentalisme") in de onderdrukking van de vrouw. Naast
haar betwiste uitspraak dat "de Koran grondig moet herschreven
worden", heeft Nasrin in andere interviews gezegd dat
zijzelf atheïst geworden is, dat de Koran soms fout is,
dat de islam intolerant is en de vrouw als slaaf behandelt,
dat de vrouwen zich buiten de islam moeten plaatsen. Het
blijkt dat niemand zulke standpunten zelfs maar wil bespreken,
tenzij om ze als "racistische vooroordelen" te verfoeien.
Ook Rushdie's onleesbare boek De Duivelsverzen
is nooit grondig besproken, maar dat was gewoon omdat
men er weinig van begreep (in een notedop: de islam is
een vergissing, want de Koran komt niet van God maar van
Mohammed). Van Nasrins uitspraken (in een notedop:
de islam is schadelijk) begrijpt men echter onmiddellijk
dat ze in Europa evengoed als in Bangladesj taboe zijn.
Wie hier voor eigen rekening Nasrins uitspraken herhaalt,
kan erop rekenen, in zijn goede naam en zo mogelijk in
zijn karrière getroffen te zullen worden. Vraag dat maar
na bij Jean-Claude Barreau, de Franse topambtenaar die
in 1991 ontslagen werd wegens een islam-kritische publikatie;
of bij "Mohamed Rasoel"; of bij Voltaire, wiens toneelstuk
Mahomet ou le fanatisme in Genève uit het programma
van de Voltaire-herdenking geweerd werd.
Het andere thema, dat Nasrin vorig jaar een eerste doodvonnis
opleverde, is het rauwe feit van de terreur tegen niet-moslims
in moslim-landen. Haar boek Lajja (schaamte) behandelt
niet alleen de pogroms tegen de hindoe minderheid van
Bangladesj in december 1992, zoals vaak beweerd is (nl.
om deze pogroms te kunnen minimalizeren als een eenmalige
gebeurtenis en zelfs als het gevolg van een provokatie
door de geviseerde gemeenschap). Het verhaalt op basis
van historische gegevens de lijdensweg van een hindoe-familie
sedert de dekolonizatie in 1947: onteigening, verkrachting,
verminking, kidnapping, onderduiken, en tenslotte de vlucht
naar India.
Lajja is een mijlpaal, omdat voor het eerst een auteur
van moslimsen huize de aandacht vestigt op het onrecht
dat de islam de niet-moslims systematisch aandoet. De
indianen hadden tijdens hun onderwerping door de kristenen
tenminste nog een pater Bartolomé de las Casas die het
onrecht beschreef en aankloeg, maar uit de islamgeschiedenis
is geen dergelijke figuur bekend. Toch is aan Nasrin in
de interviews met Der Spiegel, de Australische TV en Le
Nouvel Observateur zelfs geen vraag gesteld over de inhoud
van Lajja.
De recensies van de Penguin-vertaling in de engelstalige
pers gaan er ook zo min mogelijk op in. The Guardian spreekt
op de voorpagina van "een boek dat een taboe doorbreekt",
wat klopt, maar de recensie binnenin springt vlug over
de boodschap van Lajja heen naar veiliger thema's
zoals feminisme en vrije meningsuiting. De weinige recensenten
die echt op de inhoud ingaan, komen er zelfs voor uit
dat ze dit boek liever niet hadden zien verschijnen. The
Independent doet het boek af als "onverantwoordelijk",
want bruikbaar voor "anti-moslim propaganda", en herhaalt
de inmiddels konventionele leugen die de aandacht van
Lajja moet afleiden: "Haar misdaad was, zich tegen fundamentalisten
te keren die de vrouwenemancipatie vrezen" (ze deed dat
al jaren maar dat leverde geen doodvonnis op, Lajja
wel). The Times Literary Supplement noemt Nasrins
bronnen "pseudo" en trekt het hele verhaal in twijfel.
Een ander merkwaardig feit: niemand gaat de mening van
de betrokken opgejaagde gemeenschap vragen, hoewel de
kommotie rond Lajja daartoe bij uitstek een aanleiding
is. Hun getuigenissen gaan verzamelen is een kiese opdracht,
want zulke mensen zijn vaak te bang om veel te zeggen.
Zo hoorde ik ooit mgr. Teissier, bisschop van Algiers,
in besloten kring vertellen dat de kristenen er in angst
leven, om hem nadien in een krant te zien verklaren dat
alles er dik in orde is. Zelfs bij vluchtelingen uit Bangladesj
die buiten gevaar waren, heb ik een grote tegenzin vastgesteld
om hun lotgevallen mede te delen; juist daaraan herkent
men echte vluchtelingen.
En dan komt er een schrijfster die haar leven op het spel
zet om hun verhaal te vertellen; maar haar zogezegde sympathizanten
doen wat ze kunnen om dat verhaal weer in de doofpot te
stoppen. Zij sympathizeren met Taslima Nasrin als slachtoffer
en als feministe, maar niet in de hoedanigheden die de
mollahs vertoornd hebben: als reporter van moslim-terreur
en als kritikus van de islam. Op die punten zijn de weldenkende
intellektuelen veeleer de bondgenoten van de mollahs die
haar het zwijgen willen opleggen.
De krampachtige pogingen van onze akademici en media om
de islam voor fundamentele kritiek af te schermen, is
niet zo onschuldig. De Apartheid is afgeschaft doordat
er een wereldwijde protestbeweging tegen die vorm van
onderdrukking op gang gekomen is, beweging die zelfs het
stijfkoppige en materieel zelfvoorziende Zuid-Afrika niet
kon negeren. Daarentegen is Bangladesj, dat als geen ander
land van buitenlandse hulp afhankelijk is, rustig in staat
om sluipende maar doeltreffende etnische zuiveringen door
te voeren, omdat geen haan ernaar kraait. Dat zelfs geringe
druk op Bangladesj zeer effektief kan zijn, bewijst het
intrekken van de officiële aanklacht tegen Taslima Nasrin;
voor een gedoodverfde feministe wier frontale islamkritiek
door verzwijging in de media toch onschadelijk gemaakt
is, willen onze diplomaten en media nog wel iets doen,
maar de miljoenen gewone slachtoffers worden doodgezwegen
en in de steek gelaten. De islamwereld mag, het ene land
na het andere, rustig allerlei wettelijke diskriminaties
tegen de minderheden verordenen (en daarnaast ook feitelijke
diskriminaties en pesterijen laten betijen): niemand die
tegen die onverdraagzaamheid in het geweer komt, uit vrees
om als "onverdraagzaam" gebrandmerkt te worden.
2.2. Vrijzinnigheid en islam
(Dit hoofdstuk reproduceert enkele uittreksels uit
een artikel verschenen in Trends op 18 juli 1994. De volledige
tekst ervan is verwerkt in hoofdstuk 5 van mijn boek De
Islam voor Ongelovigen.)
Een groep Vlaamse akademici, meestal van militant vrijzinnige
signatuur, heeft zopas een steunplatform voor de "gelijkberechtiging
van de islam" opgericht. Tot dusver blijkt uit niets dat
zij aangaande de islam enige kompetentie bezitten. Hun
initiatief stelt echter de verhouding tussen islam en
vrijzinnigheid aan de orde.
Wie tegenwoordig de woorden "vrijdenker" en "islam" naast
elkaar zet, denkt meteen aan Salman Rushdie, die door
de ayatollahs naar de hel verwenst is. (*) De Duivelsverzen-affaire
begon een half jaar vóór ayatollah Chomeini's doodvonnis
tegen Rushdie (14 februari 1989), toen de Indiase politikus
Syed Shahabuddin verkreeg dat het boek verboden werd.
Tot bittere teleurstelling van Rushdie steunden vele vrijzinnige
literati in India het verbod. Daar zoals hier zijn er
nl. twee soorten vrijzinnigen, de echten en degenen die
de islam uitsluiten van de kritiek die zij routinematig
op andere religies afvuren. (*)
Wegens "belediging van de islam" zijn inmiddels honderden
intellektuelen vermoord of anderszins getroffen, zowel
liberale moslims als niet- en ex-moslims. (*)
Intussen is het geloof in de Koran grondig ondermijnd
door de Vlaams vrijzinnige psycholoog dr. Herman Somers,
in zijn boek Een andere Mohammed (1993). Hij heeft
op nuchtere en wetenschappelijke wijze gedaan wat Rushdie
op eerder skabreuze wijze meende te moeten doen: aantonen
dat de Koranische openbaring slechts de inbeelding was
van een man die aan uitverkiezingswaan en sensoriële hallucinaties
leed. Uiteraard is dit baanbrekend werk in onze media
praktisch doodgezwegen. (*)
Sommigen graven naar de bronnen van de islam, anderen
houden zich bezig met zijn hedendaagse impakt, ondermeer
op de positie van de ongelovigen en van de vrouw. De Bangladesji
arts en schrijfster Taslima Nasrin (°Mymensingh 1962)
kreeg in 1993 een eerste doodvonnis te slikken wegens
haar roman Lajja (Schaamte), die gaat over de vervolgingen
van hindoes in Oost-Bengalen sinds zijn omvorming tot
moslim-staat in 1947. Het boek is er verboden. Het is
een stoorzender voor de islam-bewieroking, een zeer onwelkome
doofpot-opener die de aandacht vestigt op de slachtoffers
van de islam. Uit vrijzinnige hoek is het boek heel spitsvondig
bekritizeerd ("onverantwoordelijk"), en de pers heeft
de inhoud zoveel mogelijk buiten beeld gehouden of verkeerd
weergegeven. Zo heeft men het moslim-geweld tegen de minderheden
bij voorkeur voorgesteld als een "wraak" na provokaties
(het hoort tot het wezen van agressie dat het slachtoffer
de schuld krijgt), of als iets waaraan beide partijen
gelijkelijk schuldig zijn; hetgeen niet juist is, noch
in Lajja noch in de werkelijkheid. (*)
Inmiddels raakten echter nog andere recente uitspraken
van haar bekend: "De Koran is overbodig geworden, hij
verhindert de vooruitgang en de gelijkberechtiging van
de vrouw"; "De islam geeft vrouwen geen enkele waardigheid
en behandelt hen als slaven"; "Om als mens te kunnen leven
moeten vrouwen zich buiten de islam plaatsen". (*) En
ze gaat nog verder: "Het probleem is dat de islam intolerant
is"; "Ik ben atheïst, elke vorm van religie is achterhaald";
"Ik houd de Koran op vele punten voor onjuist". Op de
vraag van een Australische interviewer of ze nu de islam
zelf aanvalt, zegt ze: "Ja, frontaal."
Op zulke openlijke geloofsafval staat alleszins de doodstraf.
En als de "heks van Mymensingh" deze uitspraken hier komt
herhalen, zal ook de heksenhamer van de anti-racismewet
haar treffen. Dat blijkt althans uit het Nederlandse vonnis
tegen een andere Zuid-Aziatische ex-moslim.
Na klacht vanwege blanke ingezetenen veroordeelt de blanke
rechter een kleurling tot een zware boete maar spreekt
hij diens blanke medeplichtigen vrij. De blanke pers braakt
scheldwoorden in de richting van de kleurling en weigert
aandacht te besteden aan zijn argumentatie. Nee, dit is
niet Alabama 1952 of Pretoria 1972, maar Amsterdam 1992.
Aanleiding is een klacht van de Anne Frankstichting tegen
een boekje over de opmars van de islam: De ondergang
van Nederland, land der naïeve dwazen. Uitgever en
vertaler (het manuskript was in het Engels) worden vrijgesproken,
maar de Pakistaanse auteur Zoka F. alias Mohamed Rasoel
wordt veroordeeld tot een boete van 2000 gulden wegens
het "aanzetten tot haat op grond van ras of geloofsovertuiging".
Kommentaar van Rasoel: "Het is belachelijk en ronduit
een schande dat ik mij moet verantwoorden wegens diskriminatie
van moslims. Het bewijst dat de strekking van het boek
juist is. Dat de Nederlandse samenleving minder tolerant
wordt. De vrijheid van meningsuiting wordt in ieder geval
al opgeofferd. Als moslims op TV zeggen dat Nederlandse
vrouwen sletten zijn, dan mag dat weer wel. Ik begrijp
het gewoon niet." (*)
Men kan de vraag stellen in hoeverre het gedrag van de
moslims door de Koran bepaald wordt (gelukkig laten ook
zij zich gewoonlijk door algemeen-menselijke motieven
leiden); maar men kan niet, tenzij uit onwetendheid of
kwade trouw, ontkennen dat de Koran tot vijandschap jegens
andersdenkenden aanzet. Meer dan zestig Koran-passages
vormen een koherente tirade tegen de ongelovigen als boosaardig
hellegebroed en te bestrijden vijand: "Strijd tegen de
ongelovigen tot de afgoderij niet meer bestaat en Allahs
religie algemeen heerst"; "Bestrijd de ongelovigen in
uw omgeving en laat hen hardheid in u vinden"; "Zij die
Mohammed volgen zijn ongenadig voor de ongelovigen maar
goed voor elkander", enz. (*)
De essentie van Rasoels stelling over de geplande inpalming
van Europa door de islam vinden we bevestigd bij de joods-Egyptische
historika Bat Ye'or: "Het islamisme verbergt geenszins
zijn bedoeling om Europa te bekeren. Brochures die in
Europese islamitische centra verkocht worden, zetten doel
en middelen uiteen, ondermeer bekeringswerk, huwelijken
met inheemse vrouwen, en vooral de immigratie. Wetend
dat de islam altijd als minderheid begonnen is in de veroverde
landen, beschouwen deze ideologen de moslim-inplanting
in Europa en de VS als de grote kans voor de islam." Zij
vermeldt terrorisme, ekonomische druk en psychologische
konditionering als wapens in de strijd om het Westen.
(*)
Rechtsvervolging is niet de enige manier om islam-kritici
te doen betalen. (*) Men kan hen ook isoleren door middel
van een media-hetze: dit procédé hebben we de afgelopen
maand in eigen land kunnen volgen. Enkele leerkrachten
en direktieleden van het Hoger Pedagogisch Instituut van
Laken hebben gepoogd om de voorzitter van hun schoolraad,
de als WOW-lijsttrekker bekende Achille Moerman, te doen
afzetten wegens "zijn extreme en racistische sympathieën".
Dit was het rechtstreeks resultaat van een hetze tegen
Moerman in een Vlaams ochtendblad, met in de hoofdrol
BRT-medewerker Lucas Catherine. Moerman kreeg wel het
vertrouwen van de schoolraad, maar intussen is zijn positie
binnen de WOW ongemakkelijk geworden, want nogal wat leden
hebben ingevolge deze hetze afgehaakt. Hoewel "racisme"
een bespottelijke aantijging is voor een kosmopoliet als
Moerman (die twintig jaar in moslimlanden gewoond heeft),
blijkt nogmaals dat laster moeilijk af te schudden is.
Eén van de aangrijpingspunten van deze kampanje tegen
Moerman was zijn boutade: "Ik ben geboren als anti-klerikaal,
heb geleefd als anti-kommunist, en zal sterven als anti-islamiet",
waarvan het laatste deel als titel boven een artikel gebruikt
werd. Hij geeft hiermee gewoon uiting aan zijn radikale
vrijzinnigheid. Moerman verwerpt de religie, waarin hij
ondermeer ook de wortels van het racisme zegt te herkennen.
Historisch kan dit kloppen: met name is de islamitische
negerslavernij de wieg van het blanke anti-zwarte racisme,
dat nadien door de Europeanen overgenomen werd. Inmiddels
verduidelijkt Moerman zijn boutade: "Ik hoop te sterven
zoals ik heb geleefd: als humanist, die niet aanvaardt
dat mensen vermoord worden omwille van hun opinies, zoals
die 14de journalist die ze enkele dagen geleden in Algiers
uit de weg hebben geruimd." Ach, ook zonder hem uit de
weg te ruimen is de eerste Vlaamse vrijzinnige die eindelijk
het probleem van de islam aan de orde stelt, door deze
hetze voldoende beschadigd. Het zal nu twee keer zo lang
duren eer er een tweede zijn mond durft opendoen om half
zo veel te zeggen. (*)
Is Rushdie doden islamitisch? Voor het islamitisch recht
is de kwestie eenvoudig: het modelgedrag van de profeet
Mohammed vormt een rechtsgeldig precedent. Welnu, Mohammed
liet zijn kritici ombrengen. Sommigen liet hij formeel
terechtstellen, bv. de krijgsgevangen Oetba, die ooit
een satirisch gedicht tegen hem schreef. Bij de overgave
van Mekka aan Mohammed was de afspraak dat alwie geen
gewapende weerstand bood, gespaard zou worden. Maar zoals
Yasser Arafat pas nog verklaard heeft: uit Mohammeds voorbeeld
blijkt dat men een verdrag met de ongelovigen niet hoeft
na te komen. Mohammed werkte dus zijn agenda van wraaknemingen
af: hij veroordeelde een dozijn afvallige medestanders
en andere kritici ter dood, onderwie enkele vrouwen. Op
andere kritici stuurde hij sluipmoordenaars af (*).
Bovenstaande feiten zijn tijdens de Rushdie-zaak netjes
opgesomd in diverse boeken, ondermeer Ahanat-i Rasul
ki Sazaa (Oerdoe: "De straf voor het beledigen van
de profeet", Delhi 1989) van Maulana Mohassan Usmani Nadwi.
Nadwi toont aan dat Mohammed alleen in zijn beginperiode
soms lankmoedig was, toen hij toch te zwak stond om zijn
wil op te leggen. Zodra hij er sterk genoeg voor was,
schakelde hij zijn kritici uit. Nadwi somt ook gelijkaardige
strafmaatregelen van Mohammeds opvolgers op. Bijvoorbeeld,
de eerste kalief, Abu Bakr, liet een vrouw ter dood brengen
die de islam verzaakt had en geen gehoor gaf aan de oproep
om zich opnieuw te bekeren. Toen een moslim-vrouw een
Egyptische dhimmi (jood of kristen die op vernederende
voorwaarden door de islamstaat gedoogd wordt) trachtte
te bekeren, en deze zich negatief over de profeet uitliet,
doodde zij hem; de goeverneur oordeelde dat "een dhimmi
het recht niet heeft om een moslim te kwetsen aangaande
de profeet", en keurde de moord goed. Nadwi voert nog
een hele reeks theologen en heersers uit veertien eeuwen
islamgeschiedenis op als getuigen, en besluit dat een
pleidooi voor mildheid jegens Rushdie "van een onbekendheid
met de geest en de geschiedenis van de islam getuigt".
(*)
De pleitbezorgers van de islam hebben niet veel analyse
nodig om islamkritiek te duiden: het gaat gewoon om "racistische
vooroordelen" van "extreem-rechts". Wij willen dit toch
even verifiëren. Wat hebben Salman Rushdie, Taslima Nasrin,
Ram Swarup, Sitaram Goël en Bat Ye'or met elkaar gemeen?
Wat hebben zij gemeen met de Turkse marxist Aziz Nesin
("Er moet een einde komen aan de duizendjarige tirannie
van de Koran"); met Chandmal Chopra ("De Koran zweept
de moslims op tot onverdraagzaamheid en geweld"); met
Maryse Condé, die in haar roman Ségou de Afrikaanse kijk
op de islam weergeeft ("De islam is een mes dat tweedracht
zaait, dat verwondingen toebrengt waarvan we niet meer
genezen")? Niet hun politieke opvattingen, die een brede
waaier vertegenwoordigen waarin alleen "extreem-rechts"
ontbreekt. Wel dat zij meer moed hebben dan onze multikul-ayatollahs,
en meer huidpigment. Terwijl blanke paters de inplanting
van de islam in België organizeren, sneuvelen zwarte kristenen
in Soedan door het zwaard van de islam. Het verzet tegen
de islam is inderdaad bruin en zwart, niet qua politieke
maar qua huidskleur.
2.3. Antwoord aan prof. De Ley
(Nadat bovenstaand artikel in Trends verscheen, reageerde
prof. Herman De Ley, marxist en initiatiefnemer van het
platform "Akademici voor de Gelijkberechtiging van de
Islam". Een ingekorte versie van zijn brief (ondermeer
minus de lasterlijke aanvallen ad hominem op dr. Herman
Somers en op mijzelf) verscheen op de lezersbladzijde
van Trends op 5 september 1994. Om copyright-redenen reproduceer
ik prof. De Ley's tekst hier niet. Al de daarin gebruikte
argumenten passeren echter de revue in mijn omstandig
wederwoord, namelijk in mijn hier in hoodstuk 2.3 voor
het eerst gepubliceerde brief dd. 13 augustus 1994 aan
prof. Herman De Ley, vakgroep Latijn & Grieks, Universiteit
Gent.)
Geacht Professor,
Dank voor de tijd en moeite die U besteed hebt aan het
schrijven van een kommentaar op mijn artikeltje over "Mohammed
of het fanatisme" in Trends (18 juli 1994). Ik op mijn
beurt doe de moeite om U hierbij een redelijk volledig
antwoord te geven. Gezien het openbaar karakter van deze
diskussie, zal U er geen bezwaar tegen hebben dat ik een
kopie van deze brief aan enkele bij dit dossier betrokken
derden toezend.
2.3.1. Het AGI-initiatief
Als akademikus bent het met me eens dat een artikeltje
van 4 bladzijden zeer kort en dus noodwendig zeer beperkt
van opzet moet zijn; daarom verwondert het me wel dat
U doet alsof die tekst mijn definitieve en volledige stellingname
over de islam is. Inderdaad, U blijkt daarin mijn standpunt
te lezen over ondermeer de migrantenkwestie, de relatie
tussen moslim-doktrine en islam-gelovigen (waarover dadelijk
meer), over de historiciteit van de overleveringen betreffende
Mohammed, over eenheid danwel pluraliteit van de islam,
en zelfs over Uw eigen initiatief "Akademici voor Gelijkberechtiging
van de Islam". Over dat alles ging mijn tekst dus niet;
ik heb al genoeg moeite gehad om een karrevracht informatie
over het onderwerp "vervolging van andersdenkenden door
de islam" zo te besnoeien en samen te persen dat ze niet
meer dan vier bladzijden zou beslaan.
Over uw AGI-initiatief zult U in mijn artikel inderdaad
geen enkele kommentaar terugvinden; ik heb het alleen
vermeld als een merkwaardig achtergrondfeit dat wat paradoksaal
reliëf geeft aan de in Bangladesj en elders weer eens
in de aktualiteit gekomen doch eeuwenoude onverdraagzaamheid
van de islam jegens andersdenkenden. Ik heb dus nergens
geschreven dat een al twintig jaar bestaande wet niet
moet toegepast worden; als die wet bestaat, dan moet hij
natuurlijk wel toegepast worden. Maar die wet is er destijds
zonder het minste inhoudelijke debat doorgekomen, in een
tijd waarin religie alleen nog folklore leek te zijn,
en de vraag naar de wenselijkheid van die wet mag, hoewel
ik er in dat artikel niet op ingegaan ben, na twintig
jaar eindelijk wel eens gesteld worden; dat ware een waardige
taak voor akademici geweest. De meeste Europese landen,
waaronder ook de bij uitstek progressieve, hebben niét
tot een dergelijke erkenning van de islam besloten, dus
blijkbaar zijn demokratie en verdraagzaamheid best verenigbaar
met de niet-erkenning van de islam.
Verder interesseert de kwestie mij niet: hoewel de financiering
van een geïnstitutionalizeerde islam door de Belgische
overheid zeker een overwinning voor de islam betekent,
denk ik niet dat het een doorslaggevende faktor zal zijn
in de strijd van de islam om Europa. Zoals U zelf vaststelt
heeft de niet-toepassing van de erkenningswet "de islam
hier vanzelfsprekend niet verzwakt, wel integendeel".
Soms is een akkomoderende houding tegenover een agressor
zelfs het verstandigst; de tijd zal leren of dat hier
het geval was, maar ik lig er alvast niet van wakker.
2.3.2. Vrijzinnigen en kristenen
Overlopen we verder de andere beweringen uit Uw brief.
U leest mijn omschrijving van de Kerk als "tandeloos"
als een kritiek en een aanval op de Kerk. Dat blijkt nochtans
uit niets in mijn tekst, en is in ieder geval de waarheid
niet. Ik doe alleen een vaststelling, nl. dat de Kerk
inderdaad niet langer weerbaar en strijdbaar is, dat ze
haar zelfrespekt verliest, en dat ze bijgevolg een gemakkelijke
prooi voor haar vijanden geworden is. Dat betekent ondermeer
dat ze zichzelf niet meer ernstig neemt. Als een groep
KU-Leuvense moraaltheologen in een recente verklaring
allerlei seksuele variaties goedkeurt, dan heb ik daar
als modern mens geen moeite mee, maar ik stel wel vast
dat ze daarmee flagrant tegen tientallen expliciete verordeningen
uit het Oude en Nieuwe Testament en uit de Kerktraditie
ingaan.
Blijkbaar gaat het om mensen die met de nieuwe winden
willen meewaaien maar de moed niet hebben om hun feitelijke
breuk met de kristelijke leer te expliciteren en om konsekwent
hun goedbetaald postje als katholiek theoloog ter beschikking
te stellen; vroeger zou de kerkelijke overheid alleszins
de tanden gehad hebben om hen eruit te gooien. Een aantal
organizaties die de nog bestaande voordelen van het etiket
"katholiek" willen blijven genieten, zoals Uw bondgenoot
de Chirojeugd, nemen regelmatig standpunten in tegen de
kristelijke moraal, de paus enz. Kortom, er is niet veel
katholieks meer aan de katholieke zuil.
Met tandeloosheid bedoel ik vooral dat de Vlaamse Kerk
zichzelf niet meer verdedigt. Zij verdedigt zich, en dat
is natuurlijk een goede zaak, al lang niet meer met geweld:
al honderd Westerse Taslima's hebben de rol van het kristendom
(niet van de paus of de Kerk of het kristelijk fundamentalisme,
maar van het kristendom zelf) in de onderdrukking van
de vrouw op felle toon aangevallen, en tegen geen enkele
is een doodvonnis uitgesproken, noch heeft enig kristelijk
land een verbod uitgevaardigd tegen enige publikatie die
dergelijke stellingen verkondigt. Het is een mooi verhaaltje
(het uitgangspunt en wonderwel ook de konklusie van het
welbekende Fundamentalist Project) dat er parallelle
opflakkeringen van "fundamentalisme" zijn in verschillende
religies, maar het is gewoon niet waar dat in enige religie
vandaag een vervolging van andersdenkenden bestaat die
kwalitatief en kwantitatief vergelijkbaar is met wat gebeurt
in de islam. Zelfs de aanslagen van evangelische fundamentalisten
op abortusdokters (die overigens niet om hun opinie
aangevallen zijn) zijn alsnog een kleinigheid vergeleken
bij wat in de islam gebeurt.
Maar zelfs op geweldloze manier verdedigt zij zich niet
meer, en zij laat alles gelaten over zich komen. Men kan
dus veilig de Kerk aanvallen: elke Bekende Vlaming wil
wel eens de plezantste zijn met schuine grappen over het
bijna uitgestorven ras van priesters en nonnen, en de
georganizeerde vrijzinnigheid grijpt haar kans om de gedemobilizeerde
katholieke zuil nieuwe slagen toe te brengen (zie verder).
Misschien is dat geen slechte zaak, maar alleszins klopt
het met de omschrijving van de kerk als "tandeloos".
U stelt dat het AGI een pluralistisch initiatief is,
uitgaande van zowel vrijzinnigen als kristenen. Ik meen
te weten dat het initiatief wel degelijk van vrijzinnigen
uitgaat, maar goed, ik neem vrede met de vaststelling
dat er, of ze nu de hoofdrol spelen of niet, alleszins
vrijzinnigen deelnemen aan een initiatief ten gunste van
de islam; dat is al genoeg aanleiding voor een beschouwing
over islam & vrijzinnigheid. Verder interesseert het mij
niet wie er achter dit AGI staat, maar als U toch zo hamert
op de eensgezindheid van kristenen en vrijzinnigen, dan
wil ik daarover best wat kommentaar improviseren.
Vooraleer op de jongste ontwikkelingen in de Belgische
levensbeschouwelijke tegenstelling in te gaan, even mezelf
daarin situeren: zoals de meesten van mijn generatiegenoten
die in de katholieke zuil opgegroeid zijn, geloof ik al
een tijd niet meer in de definiërende geloofspunten van
het kristendom, al apprecieer ik wel bepaalde verworvenheden
uit de kristelijke geschiedenis, bv. de sociale leer van
de Kerk. In de letterlijke betekenis ben ik dus een vrijzinnige,
een voorstander en beoefenaar van het vrij onderzoek.
De vrijzinnigheid als beweging is echter mijn wereld niet.
Dit gezegd zijnde, wil ik hier niet naïef gaan aannemen
dat met de sekularizering van de katholieke gemeenschap
een wederzijdse détente tussen de twee klassieke
levensbeschouwelijke polen in België ingetreden is. Ik
stel integendeel vast dat in bepaalde vrijzinnige milieus
nog steeds de aloude ziedende haat tegen de "katholieken"
gekultiveerd wordt, en dat deze haat nog steeds een politieke
faktor is. Mark Eyskens sprak recent nog van de (suksesvolle)
bemoeienissen van de loge om de aanvankelijke steun van
België aan het door de Kerk gedomineerde Rwanda tegen
de RPF-invasie in 1990 te stoppen (als de katholieken
nog tanden hadden, dan zou Vlaanderen nu zinderen van
slogans als: "Loge schuldig aan genocide"; dat is maar
van dezelfde orde als de aantijging door sommige vrijzinnigen
dat de paus om zijn anti-kondoomstandpunt schuldig is
aan "misdaden tegen de mensheid"). Mark Grammens wees
in zijn Journaal op de overwinning die de Belgische vrijzinnigheid
skoort door middel van het pakt tussen de onderwijsnetten
om de migrantenkinderen te spreiden. Zou het toeval zijn
dat het spreidingsplan van een militant vrijzinnige onderwijsminister
een inbreuk op het katholieke karakter van het katholiek
onderwijs als neveneffekt heeft?
De psychologie van de hedendaagse katholieken en ex-katholieken
kennende, kan ik me best voorstellen dat volgende twee
schijnbaar tegengestelde hypothesen tegelijk waar zijn.
Ten eerste, ook het plan tot effektieve opwaardering van
de islam is voor de vrijzinnigheid een bijkomend wapen
in de strijd tegen de bevoorrechte positie van de Kerk;
reeds Luther beschouwde den grooten Turck als een
welgekomen objektieve bondgenoot tegen de paus. Ten tweede,
een aantal nominaal-katholieken en "gedemobilizeerde"
katholieken (voor wie de kruistocht tegen de vrijzinnigheid
slechts een jeugdherinnering is) hebben in goed vertrouwen,
zonder achterdocht, uit oprechte sympathie voor de verklaarde
bedoeling van Uw manifest, mee getekend.
Schaapachtige volgzaamheid was immers altijd het gedoodverfde
kenmerk van de Vlaamse katholiek, en het is niet te verwonderen
dat de gesekularizeerde Vlaamse katholiek nog steeds heel
schaapachtig meeloopt zodra iemand met airs van alleenzaligmakendheid
een vroom kommandowoordje uitspreekt (zoals "verdraagzaamheid").
Het feit dat goede zielen uit de katholieke zuil bereid
gevonden worden om een manifest te ondertekenen, weerlegt
dus niet de eventuele hypothese dat dat manifest door
een militant-vrijzinnige, anti-katholieke agenda gemotiveerd
kan zijn. Ik zeg niet dat dat zo is, daarvoor zou ik één
en ander moeten verifiëren en zo hard interesseert deze
materie mij niet, maar ik zeg wel dat het perfekt mogelijk
is.
Tot daar mijn vrijblijvende, louter spekulatieve gelegenheidsbedenking
bij Uw insistentie op het pluralistische karakter van
het AGI-initiatief. Nu iets ernstigers.
2.3.3. Taslima Nasrin
Ik neem het niet dat U mijn aandacht voor de lotgevallen
van Taslima Nasrin omschrijft als "misbruik". U
beweert dat ik "de naam van dit slachtoffer van intolerantie
en fanatisme in het buitenland misbruik ten behoeve van
een pleidooi voor onverdraagzaamheid en diskriminatie
jegens een religieuze minderheid in eigen land".
Met die "diskriminatie" bedoelt U kennelijk de niet-toepassing
van de wettelijke gelijkberechtiging van de islam, waar
ik dus niets over gezegd of geschreven heb. Een adekwatere
term dan "diskriminatie" ware overigens "verdunde reciprociteit"
geweest: een miniem beetje diskriminatie tegenover een
religie die overal waar ze het voor het zeggen heeft,
andere religies tien tot honderd keer zwaarder diskrimineert.
Wat totaal niet door de beugel kan, is dat U mij een "pleidooi
voor onverdraagzaamheid" toeschrijft. Citaten alstublieft?
In ieder geval heb ik nooit gepleit voor onverdraagzaamheid,
integendeel: nadat ik in vluchtelingenkampen in India
de menselijke gevolgen van de islamitische onverdraagzaamheid
gezien heb, heb ik me geëngageerd in de strijd tégen de
onverdraagzaamheid, en met name in het doorprikken van
het massieve propaganda-offensief dat van de islam momenteel
de enige onverdraagzame ideologie maakt die boven alle
kritiek verheven is. U neemt Uw wensen voor werkelijkheid
wanneer U mij onverdraagzaam noemt. Het zou U warempel
goed uitkomen als U de wereld netjes kon verdelen in pro-islamitische
verdraagzamen en islam-kritische onverdraagzamen.
Maar zo is het dus niet; zelfs aan de dubieuze oproepen
tot "geen verdraagzaamheid voor de vijanden van de verdraagzaamheid"
heb ik nooit meegedaan (een aantal van Uw mede-ondertekenaars
wèl), hoewel dat principe hier perfekt zou kunnen ingeroepen
worden. Onze standpuntbepaling tegenover de islam is inderdaad
een kwestie van: hoe gaan we om met een systeem van religieus
verordende onverdraagzaamheid? Mijn antwoord daarop is
niet dat van de Algerijnse regering, nl. "geen verdraagzaamheid
voor onverdraagzamen", of "geen demokratie voor de vijanden
van de demokratie" (beleid dat door een SP-parlementslid
tegenover een Algerijnse delegatie toegejuicht werd en
zelfs tot voorbeeld gesteld voor het geval ons land met
een verkiezingszege van het Vlaams Blok te maken krijgt).
Mijn antwoord op de islam is de inhoudelijke diskussie
over de ideologische faktoren van die onverdraagzaamheid,
best voorafgegaan door een broodnodige inventarizering
van gegevens die het feit zelf van de onverdraagzaamheid
van de islam bevestigen. Ik meen te weten dat Uzelf principieel
dat soort diskussie uit de weg gaat; dat althans heb ik
begrepen uit de inleidende (lange!) reeks berichten van
niet-deelname van genodigden die de moderator van het
islamdebat op de Gentse Feesten voorlas,-- en dat was
dan nog een debat onder gelijkgestemden, die allemaal
de "gelijkberechtiging van de islam" steunen.
Wat Taslima Nasrin betreft: ik ben, voorzover ik weet,
in het Westen de enige publicist die aandacht geschonken
heeft aan de inhoud van het boek dat haar een eerste doodvonnis
opgeleverd heeft. Inderdaad, de kranten hebben wel de
titel van dat boek Lajja vermeld, maar de inhoud
is hun nooit meer dan één zinnetje waard geweest; en zelfs
in dat ene zinnetje wisten ze er dan vaak nog een flinke
draai aan te geven, nl. om het daarin beschreven moslim-geweld
als het resultaat van een provokatie vanwege de slachtoffers
voor te stellen. Het boek beschrijft de moslim-terreur
tegen de minderheden via de lotgevallen van een hindoe-familie
tussen 1947 en 1992, en daarmee wordt een taboe gebroken;
alle reakties die tot nu toe in de internationale pers
verschenen zijn, zijn erop gericht dat taboe te herstellen,
en het lot van de niet-moslims in moslimlanden opnieuw
in de doofpot te stoppen.
De Times Literary Supplement presteerde het om
het boek te laten recenseren door een moslim die het historisch
feitenmateriaal waarop Lajja gebaseerd is, van
tafel veegt als zijnde "pseudo"; omdat ikzelf genoeg vluchtelingen
uit Bangladesj gesproken heb die de inhoud van Lajja bevestigen,
kies ik in deze kontroverse de kant van Taslima Nasrin,
tegen de negationisten die in TLS en de hele Westerse
pers blijkbaar de dienst uitmaken. Ook The Independent
laat het boek door een moslim bespreken, die het boek
"onverantwoordelijk" noemt, want "nuttig voor anti-moslim
propaganda". Beide moslim-recensenten maken er geen geheim
van dat ze Taslima Nasrin de publikatie van Lajja
zeer kwalijk nemen, en trachten vervolgens bij hun Britse
lezers wat sympathieker over te komen door de aandacht
te verleggen naar feminisme, vrije meningsuiting en andere
meer bespreekbare aspekten van de zaak.
Voor het overige: de hele meute niet-moslim progressieven
en literatoren die aan Taslima Nasrin hun steun betuigd
hebben, ontwijken zonder uitzondering de problematiek
die door Taslima Nasrin aan de orde gesteld is. Let wel:
het is de allereerste keer in de geschiedenis van de islam
dat een moslim-auteur met sympathie het lijden van de
door de islam verdrukte niet-moslims beschrijft. Lajja
is om die reden een historisch boek. Taslima Nasrin zet
haar leven op het spel om het verhaal van de verdrukte
niet-moslims te vertellen, en al haar zogezegde sympathizanten
doen nu al het mogelijke om te verhinderen dat iemand
aan dat verhaal aandacht zou besteden.
(naschrift:) Aan het islamdebat tijdens de Gentse Feesten
1994 namen ondermeer prof. Etienne Vermeersch, prof. Rik
Pinxten en Lucas Cathérine deel, samen met een
plaatselijke islambekeerlinge. Onder degenen die de uitnodiging
afgeslagen hadden herinner ik me prof. Jan Blommaert,
voorvechter van de migrantenzaak, die had laten weten
dat vragen over een "islamitisch gevaar" voor
hem apriori onzinnig zijn.
U zegt dat U tegen onverdraagzaamheid bent, ook tegen
die waarvan Taslima Nasrin het slachtoffer is.
Ik weet inmiddels wat Uw houding is tegenover de weinigen
die hier voor eigen rekening hetzelfde zeggen als wat
Taslima Nasrin ginds gezegd en geschreven heeft. U kan
er moeilijk onderuit, met haar als slachtoffer te sympathizeren;
maar als reporter van de misdaden van de islam kan zij
alleen Uw haat opwekken, gezien de haat die dezelfde aktiviteit
bij U opwekt wanneer landgenoten ervoor tekenen.
2.3.4. Fundamentalisme in België
U denkt dat ik "gefrustreerd" ben om "de afwezigheid van
enig noemenswaard fundamentalisme" bij de moslims in België.
Integendeel, professor. Voor U is dit debat een louter
akademische kwestie; voor mij kan het, afhankelijk van
hoe de teerlingen verder zullen rollen, een zaak van leven
of dood zijn. In het verre Australië werd een Koptisch
immigrant vermoord omdat hij over de onderdrukking van
de Kopten in Egypte schreef, en toen de Rushdie-kommotie
al drie jaar overgewaaid was, werd in het verdraagzame
en perifere Noorwegen de plaatselijke Rushdie-vertaler
vermoord. Uit dit soort voorvallen leidde de bruine "racist"
Mohamed Rasoel af dat je op geen enkele plaats en op geen
enkel tijdstip veilig bent. Toch zijn zulke landen zonder
islam-establishment nog altijd redelijk veilig, en ik
ga me dus niet vermommen of onderduiken; maar niettemin
blijft het levensgevaar dat met islamkritiek verbonden
is, een realiteit. Vanuit die zeer konkrete bekommernis
houd ik het islam-fanatisme liefst zo ver mogelijk uit
de buurt.
Uw uithaal (3x) dat ik hier op het fundamentalisme zit
te wachten, is om die reden al zeer misplaatst. Maar hij
is ook onterecht, omdat hij ervan uitgaat dat er hier
geen "fundamentalisme" aanwezig is.
De moslim-immigranten in ons land waren vooral gastarbeiders,
weinig geletterd, weinig geschoold in de islam-doktrine,
voor wie "islam" uit een paar onschuldige leefregels en
rituelen bestond. Het verschil met Groot-Brittannië is
enorm: daar bestaat sinds decennia een leidersklasse onder
de moslims, artsen en akademici en zakenlui, die een zeer
strikte en zelfbewuste islam in praktijk brengen; het
effekt is dat de islam er veel assertiever en radikaler
is, en al openlijk tot de vorming van een "niet-territoriale
staat van Britse moslims" opgeroepen heeft (een aangepaste
variant op het typische moslim-separatisme in landen waar
moslims om numerieke redenen niet de volledige macht denken
te kunnen grijpen: Brits-Indië/Pakistan, India/Kasjmir,
Filippijnen/Mindanao, Myanmar/Arakan). Aangezien de Belgische
moslim-gemeenschap sociologisch en organizatorisch in
dezelfde richting evolueert, is het realistisch om een
gelijkaardige radikalizering te verwachten.
In het laatste decennium is er hier reeds een sterk, maar
voorlopig nog weinig naar buiten tredend integrisme gegroeid.
Organizaties als de Ichwaan (Moslim-Broeders) en
de Milli Görüs zijn in opmars; de recente snelle veralgemening
van de sluierdracht staat daar onmiskenbaar mee in verband.
Deze organizaties hebben er momenteel geen enkel belang
bij om met geweld in het nieuws te komen; hun zorg in
dit stadium is juist, respektabiliteit te verwerven.
Ik stel in dat verband het heilzame effekt van een sfeer
van vrije kritiek vast: uit gesprekken met Milli Görüs-mensen
weet ik dat zij, ondanks de lichtzinnige pro-islamitische
opstelling van onze kletsende klasse, bij de gewone man
nog steeds een sterk wantrouwen jegens de islam ondervinden.
Het is mede daarom dat zij zich uitsloven om respektabel
te zijn; zo zie je maar hoe de onbevangen islamkritiek
van de gewone man op kleine schaal doet wat U op intellektueel
niveau probeert te verhinderen, nl. de moslims helpen
om uit hun doktrinale waan van Godgegeven eigengerechtigheid
te komen en zich naar algemeen-menselijke waarden te schikken.
Ik kan dus nog steeds rustig naar Milli Görüs-bijeenkomsten
gaan om daar als enige in Vlaanderen ernstig verslag van
te doen, zonder dat ik mij daar één ogenblik verontrust
moet voelen. Maar dat is dus geen reden om mijn ogen te
sluiten voor het integristisch programma dat zij hopen
uit te voeren zodra de islam er sterk genoeg voor staat,
en het wantrouwen van de gewone niet-moslim hen niet meer
zal raken. En het feit dat niet-moslim multikulturalisten
voor hen de kastanjes uit het vuur halen en als voorste
strijdlinie van de islam fungeren, maakt het hun helemaal
gemakkelijk om hun militantisme onopvallend te houden.
U schijnt het voldongen feit van de inplanting van integristische
kernen in België te ontkennen, wanneer U schrijft dat
U Uw aktie voert "juist om te vermijden dat extremisten
in ons land vaste voet aan de grond zouden krijgen". Een
soort preventieve appeasement-politiek, dus. Hier
stel ik vast dat U uitgerekend het dossier van de gelijkberechtiging
van de islam niet goed kent.
(naschrift:) Over de massa-bijeenkomst
van de Milli Görüs (Turks: "Zienswijze
van de Moslimnatie") in de Limburghal te Genk in
april 1992 deed ik verslag in Trends, evenals in een in
eigen beheer uitgegeven rapport, De Islamitische Zuil;
over die in het Antwerpse Sportpaleis twee jaar later
deed ik verslag in de Gazet van Antwerpen.
Hoewel het voeren van een aktie voor de effektieve gelijkberechtiging
van de islam als logische aanleiding schijnt te impliceren
dat de overheid die gelijkberechtiging blokkeert, is de
overheid al jaren in principe zeer welwillend tegenover
de moslim-gemeenschap. Of wou U insinueren dat mw. D'Hondt
en pater Leman (en niet te vergeten, koning Boudewijn,
die een hoofdrol gespeeld heeft in de erkenning van de
islam maar ook nadien nog 19 jaar een zeer aktief staatshoofd
geweest is) de gelijkberechtiging van de islam gesaboteerd
hebben? Het probleem zit hem, zoals U weet, vooral in
de erkenning van een representatieve raad die bevoegd
zal zijn voor bv. de inhoud van de godsdienstlessen, de
aanstelling van leerkrachten e.d. De door U aangestipte
onenigheid tussen de moslims onderling is één element,
maar daarnaast was er ook de goedbedoelde poging van de
overheid om "fundamentalisten" uit die raad te weren.
De details en recente ontwikkelingen van dat dossier laat
ik hier buiten beschouwing, en ik beperk mij tot de volgende
twee vaststellingen.
Ten eerste, naar de mening van de Belgische overheden
is er een substantiële "fundamentalistische" aanwezigheid
in België, en is de deelname van dit opiniesegment aan
gezagsfunkties onwenselijk. Ten tweede, de moslimgemeenschap
heeft de uitsluiting van de "fundamentalisten", samen
met de daaraan ten grondslag liggende opdeling van haarzelf
in gematigden en "fundamentalisten", beslissend verworpen.
Let wel, die opdeling is het koninginnestuk van het multikulturalistische
discours dat elke kritiek op de islam zelf tracht af te
wenden in de richting van het boze "fundamentalisme".
Het gros van de moslimgemeenschap zit hier duidelijk op
een andere golflengte dan het verbond van multikulturalisten
en enkele verwesterst-mediatieke neo-moslims (genre Mohammed
Arkoun), die ons het vrome praatje opdissen dat het fundamentalisme
eigenlijk heel on-islamitisch is ("l'islamisme contre
l'islam"). Het fundamentalisme, dat is de islam, en
zelfs de meeste lauwe moslims weten dat in hun hart ook
wel.
Politici uit betrekkelijk sekuliere moslim-landen (Inönü
uit Turkije, Ben Ali uit Tunesië) wijzen erop dat de integristen
Europa als basis gebruiken voor hun strijd om de macht
in hun thuisland te grijpen. Ziedaar een onverdachte bron
die bevestigt dat de integristen hier wel degelijk aanwezig
zijn, en die tevens een belangrijke reden aangeeft waarom
zij zich hier redelijk gedeisd houden: zij hebben momenteel
andere prioriteiten dan de islamizering van Europa, en
willen hun gastheren voorlopig niet tegen zich in het
harnas jagen.
Ook de zegslieden van de moslimgemeenschappen in Westerse
landen melden zelf de aanwezigheid van de radikale stroming.
In Groot-Brittannië heeft die radikale stroming middels
het moslim-parlement reeds de organizatorische leiding
van de moslims in handen gekregen. In Japan steunden plaatselijke
moslimleiders openlijk de moord op de Japanse Rushdie-vertaler.
Volgens Le Monde van vandaag is er een merkbare radikalizering
van de islam in Frankrijk bezig, na het verschrompelen
van de linkse en "anti-racistische" migrantenwerking.
Een Zweeds moslimleider verklaarde zopas dat in de moskeeën
zou opgeroepen worden om Taslima Nasrin met rust te laten,
maar dat hij niet kon uitsluiten dat bepaalde leden van
de Zweedse moslimgemeenschap hun eigen islamitisch geweten
zouden volgen en haar vermoorden. Wat een nette manier
om een dreigement te uiten en tegelijk alle verantwoordelijkheid
af te wijzen.
Intussen is het zonder meer juist dat de Belgische moslims
zich behoorlijk gedragen en islam-kritici geen strobreed
in de weg leggen: tot nu toe gaat de intellektuele terreur
die de islam tegen kritiek moet afschermen, uit van niet-moslims
zoals Uzelf. Lenin had daar een speciale term voor.
2.3.5. Hetze
U hoeft het woord "hetze" in verband met Achille Moerman
heus niet tussen aanhalingstekens te plaatsen, want de
stemmingmakerij tegen hem door enkele media-multikulturalisten
mag wel degelijk zo genoemd worden. Ze ging niet uit van
de HPI-leerkrachten, zoals U beweert: hùn gedrag was juist
het gevolg van de hetze. Wanneer een paar wolven iemand
aanvallen, dan scharen schaapjes zich niet aan de zijde
van hun slachtoffer, maar proberen ze integendeel zelf
wat wolfachtige snuiten te trekken. Laster is een uiterst
effektief wapen, zoals Noam Chomsky opmerkt, want de goegemeente
legt de bewijslast meteen bij het slachtoffer. Ik heb
dit zelf ook ondervonden.
Uw hele brief door maakt U duistere toespelingen op mijn
"geestesgenoten" die een "kruistocht" voeren, en over
de "extremistische hoek" waarin ik zou thuishoren. Waar
U die mosterd vandaan hebt, laat zich eenduidig afleiden
uit Uw opmerking: "enkele jaren geleden, als ik mij niet
vergis, liet hij er zich op voorstaan een 'KUL-medewerker'
te zijn". Dit verhaaltje is gelanceerd door een marxistisch-leninistisch
redakteur van De Morgen, in een artikel getiteld: "KUL-wetenschapper
is VB-ideoloog".
(naschrift: ) Toen ik eind
mei 1993 een lezing gaf voor de Vlaams-Nationale Debatklub,
wijdde Walter Pauli een artikel aan mijn lezing van een
jaar eerder voor een VB-colloquium. Hoewel ik bij die
gelegenheid de tegenstelling tussen de islamvisie van
het VB en die van mijzelf geëxpliciteerd heb, en
mijn tekst ook aan de pers bezorgd is, stelde Pauli (en
Lucas Catherine en Jan De Zutter) het voor alsof ik de
partij haar islamstandpunt ingefluisterd had. De tekst
van die lezing vormde de kern van mijn boek De Islam voor
Ongelovigen (Delta 1996); in zijn recensie daarvan stelde
ook Marc Joris van de VB-studiedienst de evidente en fundamentele
verschillen in islamvisie vast. Het is niet ongewoon dat
het
De feiten betreffende mijn relatie met de KUL zijn dat
ik toen meewerkte aan verschillende KUL-aktiviteiten,
ondermeer publiceerde ik regelmatig in het inmiddels ter
ziele gegane Inforiënt, en werkte ik (nog steeds trouwens)
in mijn vrije uren aan een doktoraat. Ik zou dat niet
als "KUL-medewerker" omschrijven, maar aangezien "medewerker"
een vage en niet-beschermde term is, lijkt het me vanwege
de Vlaams-Nationale Debatklub ook weer geen echte
fout dat ze mij in een aankondiging zo genoemd heeft.
Journalisten en organizatoren van lezingen hebben nogal
de neiging om het belang van gesprekspartners op te blazen,
en wie niet tot enig establishment behoort, krijgt willens
nillens toch een institutioneel etiket opgekleefd. Vandaar
bv. dat de psycholoog dr. Herman Somers, die in Leuven
een labo heeft, door een journalist van het Belang
van Limburg met de KUL geassocieerd werd; wat prompt
een boze brief vanwege de rektor opleverde, dat "Somers
het recht niet heeft, zich KUL-wetenschapper te noemen".
Somers heeft zich zo niet genoemd, maar gewone mensen
hebben zoveel ontzag voor akademische status dat ze die
vanzelf toekennen aan iemand die echte geleerdheid blijkt
te bezitten.
De DM-redakteur wilde mij met alle geweld als "KUL-wetenschapper"
voorstellen omdat hij met zijn aanval op mij terloops
ook eventjes de KUL hoopte te treffen. De haat tegen nominaal
katholieke instellingen zit er bij bepaalde vrijzinnigen
(eens te meer) nog steeds diep in, zelfs bij iemand die
destijds als Veto-redaktiesekretaris jarenlang van het
rijkelijke KUL-manna genoten heeft en op KUL-kosten zijn
eigen ideologische propaganda kon voeren, tot en met afrekeningen
met medestudenten (ondermeer leidend tot een proces dat
hij in eerste aanleg en in beroep verloren heeft). In
ieder geval, dat ik mij ooit enige valse KUL-status aangematigd
heb, is een leugen; wat U niet belet om ze via een lezersbrief
nog maar eens verder te verspreiden.
En ik moet toegeven dat U de kunst van de insinuatie goed
beheerst: zonder Uzelf op een onware uitspraak te laten
vastpinnen, alleen een schuine hint geven, heel ekonomisch,
bv. door aanhalingstekens te plaatsen rond mijn akademische
titels en huidige funktie. Met een kleine moeite helpt
U zo om het totaal uit de lucht gegrepen praatje dat Koen
Elst zich een valse akademische status toeëigent, een
eigen leven te doen leiden. Blijkbaar zijn alle middelen
goed om islamkritici te intimideren. Ook dr. Somers krijgt,
als "vrijzinnige" (in de eigenlijke, niet in de sektaire
zin) èn als "psycholoog", van die twijfelzaaiende aanhalingstekens
opgespeld, en U zegt zelfs expliciet dat hij door mij
bij deze gelegenheid tot die status "gepromoveerd"
is. Dat gaat al verder dan de insinuatie. Gezien het extreem
grote belang dat akademici aan titels en aan reputaties
hechten, moeten juist zij elke zweem van medeplichtigheid
aan het besmeuren van iemands goede naam vermijden; doen
ze dat niet, dan moet hen dat navenant zwaar aangerekend
worden.
VB andersdenkenden op zijn
colloquia uitnodigt, bv. dat over het probleem-Brussel
in september 2001 had naast VB-tenoren als sprekers ook
Fernand Keuleneer (strekking CVP), Bernard Daelemans (vlaamsgezind
links) en Robert Steuckers (niet-nationalistisch nieuw-rechts).
(naschrift:) De KUL reageerde op het artikel in De Morgen
met de slinkse lafheid die de katholieke zuil tegenwoordig
kenmerkt: zij liet weten dat ondergetekende niet "in
het organigram van de KUL voorkomt",-- iets wat geen
enkele betrokkene ooit beweerd had. De halfaandachtige
lezer neemt echter aan dat de ontkenning van een bewering
impliceert dat iemand di
Wat dan het eigenlijk opzet van dat DM-artikel betreft:
natuurlijk ben ik geen "VB-ideoloog", en de goede lezer
had trouwens gemerkt dat de redakteur in zijn artikel
de in de titel gelanceerde beschuldiging niet hard maakt;
zoals dat met de ronkende titels van de boulevardpers
wel meer gebeurt. Ik praat echter wel met VB-ers, ook
al is het dan om van mening te verschillen (bv. over hun
voorstel voor aparte scholen, dat ook door de integristen
gedaan wordt, en dat met de door U bepleite subsidiëring
van de islam veel gemakkelijker uitvoerbaar wordt). Deze
niet-boycot is voor de politiek korrekte orthodoksie blijkbaar
onverdraaglijk. Zoals prof. Rik Pinxten zei op het door
U gemeden islamdebat op de Gentse Feesten: de boycot van
zgn. "racisten" door het "anti-racistisch" establishment
is een nieuwe variant op het welbekende gedragspatroon
van sekten die de waarheid in pacht menen te hebben en
bijgevolg andersdenkenden kunnen verdoemen of exkommuniceren.
Het meest pluralistische (bovendien tweetalige) islamdebat
dat ik al heb meegemaakt, was georganizeerd door de VB-Jongeren:
in het panel zaten mensen van het VB, de Vlaamse Moslim-Partij,
het pas opgerichte WOW, Uw mede-ondertekenaar prof. Yahya
Michot, en ondergetekende; een Agalev-Marokkaan had ook
toegezegd maar mocht niet van zijn partij, net als een
Milli Görüs-Vlaming. Allemaal "VB-ideoloog" zeker?
Het was een zeer tegensprekelijk maar tevens zeer hartelijk
debat, en prof. Michot zei tot de VBJ-organizatoren: "U
en ik, we zijn beiden pestlijders, het is al goed dat
me met mekaar kunnen praten". "Les extrêmes se touchent",
beweert U; au moins, ils se parlent! Intussen weigerde
een linkse vereniging die normaal in het belendende UIA-lokaal
vergadert, haar aktiviteit te laten doorgaan uit protest
tegen ons debat; dit nadat pogingen om het te doen verbieden,
mislukt waren. Ik weet inmiddels wel in welke hoek zich
de toenemende onverdraagzaamheid situeert.
Wellicht heb ik er verkeerd aan gedaan, die "VB-ideoloog"-lasterkampanje
(het is niet bij dat ene artikel gebleven) zonder gerechtelijk
gevolg te laten, want feit is dat de schade die dit soort
laster voor iemands loopbaan aanricht, enorm kan zijn.
Bij mij was ze dat niet, enkel en alleen omdat mijn bekende
standpunt over de islam mij toch al tot persona non grata
in fatsoensbekommerde milieus gemaakt had (ondermeer veto's
tegen lezingen en deelnames aan colloquia door mijzelf
aan drie Vlaamse universiteiten).
bewering gedaan heeft. Ook
recenter heeft de KUL-overheid, in haar haast om de opiniehegemonen
terwille te zijn, meermalen haar eigen mensen in de rug
geschoten, zie bv. de zaak-Vermeulen verder in dit boek.
Het incident heeft me wel wat eerstehandse informatie
opgeleverd over de kwaliteit van de "kritische zin" waarin
onze akademici getraind zouden moeten zijn. Als de ordinairste
viswijven namen ze het lasterpraatje over, met grimmige
blikken kwamen ze van mij een uitleg eisen (want hun bron
in vraag stellen, dat kwam niet bij hen op), en ik heb
ook heel wat afgelachen met de transformaties die het
praatje ondergaan had nadat het een aantal akademische
oren en monden gepasseerd was. Uit het feit dat U in Uw
brief alleen maar alludeert op dit praatje, en het niet
letterlijk citeert, mag ik wellicht afleiden dat U er
intussen toch aan gaan twijfelen bent. Proficiat.
U noemt Achille Moerman ook nog een "ayatollah". Nou,
dat is sterk uitgedrukt. Als U geen professor was, dan
zou ik vragen: waar lopen die grote woorden met dat ventje
naartoe? U bedoelt blijkbaar dat dhr. Moerman al net zo
onverdraagzaam is als de ayatollahs; daarvoor ligt de
bewijslast dan bij U. Wie een beschuldiging uit, is ipso
facto schuldig aan laster, totdat hij het bewijs voor
zijn aantijging levert. U slingert wat scheldwoorden in
het rond, maar levert zulk bewijs in het geheel niet,
dus... Ik in ieder geval ken Achille Moerman als een humanist
die zich altijd tot de dialoog bereid getoond heeft, ook
bv. met Lucas Catherine (die voor dialoog en diskussie
uiteraard bedankte) toen die met een brievenkampanje tegen
hem en tegen mijzelf begon.
Ik stel inmiddels voor om de betekenis van de woorden
te respekteren: een ayatollah ("teken van Allah") is een
bepaalde rang in de geestelijkheid van een bepaalde islamitische
sekte. Wie van de twee, Uzelf of Achille Moerman, staat
er dan het dichtst bij de ayatollahs? Wie van U twee zou
het eerst opgeknoopt worden als de ayatollahs het hier
voor het zeggen zouden krijgen? Ik stel vast dat mensen
die over de islam dezelfde standpunten innemen als Moerman,
op last van de ayatollahs uit de weg geruimd zijn. Ik
stel ook vast dat de radikale moslim-organizaties in Europa,
de gelijkgezinden van de ayatollahs ("Ik ben soenniet,
maar ik ben volgeling van Chomeini", aldus Ahmed Huber,
Zwitsers bekeerling), allemaal op de "gelijkberechtiging
van de islam" aandringen, samen met U. Indien ik met hetzelfde
gemak het etiket "ayatollah" op mijn medemensen zou plakken
als U doet met Achille Moerman, dan ken ik toch een betere
kandidaat.
<<PAGE
1 PAGE
3>>